Draaikonterij rond armenhulp
Bron: de Volkskrant, 11.10.06
Draaikonterij rond armenhulp
Het Nederlandse draagvlak voor ontwikkelingshulp is dramatisch gedaald. Op het eerste gezicht althans. In 2002 vond 80 procent van de Nederlanders nog dat de regering evenveel of meer geld aan arme landen moet geven. Nu is dat nog maar 63 procent, blijkt uit onderzoek dat de ontwikkelingsorganisatie NCDO vandaag publiceert. 37 procent van de Nederlanders vindt juist dat het ontwikkelingsbudget best omlaag mag.
Maar bij die resultaten moet een flinke kanttekening worden geplaatst. Ze blijken nogal vertroebeld te worden door sociaal wenselijke antwoorden. Voor het oude onderzoek werden willekeurige Nederlanders per telefoon benaderd. Voor het nieuwe onderzoek vroeg Motivaction, het onderzoeksbureau dat NCDO in de arm nam, vijftienhonderd Nederlanders om op internet een vragenlijst in te vullen.
Om er zeker van te zijn dat die twee methoden vergelijkbaar zijn, werd het onderzoek dit jaar ook per telefoon voorgelegd. Wat blijkt? De telefonisch geenqueteerden blijken veel positiever over ontwikkelingshulp dan de respondenten via het internet: 76 procent van de Nederlanders draagt ontwikkelingshulp via de telefoon een warm hart toe. Zoals gezegd: via het internet doet maar 63 procent dat.
De verklaring: als mensen de stem van een onderzoeker aan de andere kant van de lijn horen, zijn zij eerder geneigd zich politiek correct voor te doen, dan als zij (in anonimiteit) achter hun computer zitten.
Of het draagvlak voor ontwikkelingshulp in het verleden dan niet te hoog is voorgesteld? NCDO-directeur Henny Helmich vindt van niet. 'Wij zijn op internetonderzoek overgegaan omdat steeds meer mensen via de telefoon niet mee wilden doen. Internetonderzoek geldt nu als de best beschikbare methode. En je kan de klok niet terugdraaien.'
Maar methodoloog Robert van Ossenbruggen merkt in een notitie op dat het nieuwe internetonderzoek 'een negatiever doch realistischer beeld' schetst van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking.
Overigens blijkt maar een klein deel van de Nederlanders (31 procent) zelf bereid meer geld voor de armen te geven. De rest vindt blijkbaar dat het extra geld als manna uit de hemel moet vallen.
Ook op ander vlak blijkt de gemiddelde Nederlander nogal een draaikont.
Een ruime meerderheid (61 procent) van de Nederlanders vindt namelijk dat Europa de grenzen ruimhartig moet openzetten voor producten uit ontwikkelingslanden. Handel verdrijft immers armoede. Maar als de geenqueteerde vervolgens wordt verteld dat de Europese Unie de grenzen dichthoudt om de eigen economie te beschermen, dan verdwijnt die meerderheid als sneeuw voor de zon: 49 procent antwoordt dan voorstander te zijn van handelsbarrieres en importtarieven.
Een geluk voor arme landen: die meerderheid kan ook weer snel teruggetoverd worden. Vertel er gewoon bij dat handelsbarrieres voor bijvoorbeeld schoenen of kleding uit China leiden tot hogere prijzen in de winkel. Dat vindt een meerderheid uiteraard niet terecht. Doe die handelsbarrieres dan toch maar weg.







