De mentaliteit van jonge stedelingen
De mentaliteit van jonge stedelingen
Bestaat er zoiets als een ideale bevolkingssamenstelling voor steden? Deze vraag lijkt actueler dan ooit. Citymarketing activiteiten in de G4 draaien op volle toeren, mede ingegeven door een toenemende polarisatie tussen groepen Nederlanders op diverse niveaus, de economische moeilijke tijden en het pleidooi van Richard Florida om de creative class in grote getale naar de steden te lokken.
Motivaction monitort sinds 1997 de mentaliteit en waardenorientatie van verschillende Nederlanders met behulp van Mentality, een model dat het publiek segmenteert in groepen Nederlanders met een gedeelde set aan normen en waarden. In het model worden acht groepen onderscheiden die zich laten indelen in een traditionele orientatie (traditionele burgerij, nieuwe conservatieven), een moderne orientatie (gemaksgeorienteerden, moderne burgerij, opwaarts mobielen, kosmopolieten) en een postmoderne orientatie (postmaterialisten en postmoderne hedonisten). Al deze groepen onderscheiden zich van elkaar door een bepaalde orientatie op het leven en de wijze waarop zij willen existeren in hun woonomgeving. Inzicht in deze orientaties helpt te verklaren waarom mensen in gedrag van elkaar verschillen, ook als zij evenveel geld te besteden hebben of in dezelfde levensfase zitten.
BOX: De mentality-milieus van Motivaction
- Traditionele burgerij (18 van Nederland)
De moralistische, behoudende en plichtsgetrouwe burgerij. - Gemaksgeorienteerden (9)
De impulsieve en passieve consument die in de eerste plaats streeft naar een onbezorgd, plezierig en comfortabel leven. - Moderne burgerij (22)
De conformistische, statusgevoelige burgerij die het evenwicht zoekt tussen traditie en moderne waarden als consumeren en genieten. - Nieuwe conservatieven (8)
De liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag die alle ruimte wil geven aan technologische ontwikkeling, maar geen voorstander is van sociale en culturele vernieuwing. - Kosmopolieten (10)
De open en kritische wereldburgers die postmoderne waarden als ontplooien en beleven integreren met moderne waarden als maatschappelijk succes, materialisme en genieten. - Opwaarts mobielen (13)
De carrieregerichte individualisten met een uitgesproken fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning. - Postmaterialisten (10)
De maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen ontplooien, zich verzetten tegen sociaal onrecht en opkomen voor het milieu. - Postmoderne hedonisten (10)
De pioniers van de beleveniscultuur, waarin experiment en het breken met morele en sociale conventies doelen op zichzelf zijn geworden.
Mentality-milieus in de grote steden
Als we naar de bevolkingssamenstelling van grote steden kijken, dan zien we een dominante aanwezigheid van modern en postmodern georienteerde groepen. Vooral bij jonge stedelingen praten we dan over opwaarts mobielen, kosmopolieten en postmoderne hedonisten. De verhouding waarin deze groepen in een stad aanwezig zijn, verschilt per stad. Dit als gevolg van type werkgelegenheid in de stad, zijn ontstaansgeschiedenis en het aanbod aan onderwijs en culturele instellingen. Als we naar de grote vier kijken zien we een tweedeling tussen Amsterdam en Utrecht aan de ene kant, en Rotterdam en Den Haag aan de andere. Amsterdam en Utrecht hebben veel meer postmodern georienteerde jongeren binnen hun stadsgrenzen, terwijl Den Haag en Rotterdam veel meer modern georienteerde jongeren hebben.
Voor een stad als Rotterdam is dit de kern van een van de problemen die zich voordoen. Een moderne orientatie kenmerkt zich namelijk door een grotere gerichtheid op de eigen groep en een veel lagere tolerantie ten opzichte van andersdenkenden. Dit vertaalt zich in een grote behoefte aan law and order en een overzichtelijke woonsituatie. In een latere levensfase zal deze groep sterk geneigd zijn de hectiek en chaos van de grote stad achter zich te laten. Zij wijken uit naar de uitbreidingswijken in randgemeenten als Berkel en Rodenrijs en Capelle a/d IJssel.
Het is echter diezelfde hectiek en veelkleurigheid die de postmoderne jongere juist bindt aan de stad. Steden als Amsterdam en Utrecht zijn op dit moment veel beter in staat om deze groepen binnenboord te houden.
Vitale wijken houden de stad interessant
Waarom lukt het Amsterdam en Utrecht beter om zijn stedelijke jongeren vast te houden? Een deel van het antwoord ligt in de situering van de verschillende stadsdelen ten opzichte van het centrum.
Onderzoek in Amsterdam heeft uitgewezen dat de postmoderne hedonisten relatief sterk vertegenwoordigd zijn in de randen van het centrum; in karakteristieke stadswijken als de Pijp, de Staatsliedenbuurt en Amsterdam Oost. Gebieden die gekenmerkt worden door een interculturaliteit en een hoog stedelijk voorzieningenniveau. Postmoderne groepen nemen de kwalitatief magere woningen voor lief omdat de locatie en sfeer van de wijken veel compenseert. De binnenstad is vlakbij en ook de directe woonomgeving is levendig en authentiek. Deze wijken zijn ondanks de gebrekkige kwaliteit van de woningen sterk gestegen in de stedelijke hierarchie. Op de lange termijn kunnen dit geliefde woonwijken blijven, en is er ruimte voor een hoger marktsegment. Wanneer er wordt gezorgd voor een goede fysieke en sociale infrastructuur kan dit proces zich herhalen in andere wijken, die nog wel betaalbaar zijn voor starters.
Amsterdamse stadsdelen als de westelijke tuinsteden en Amsterdam Zuidoost kennen een hogere aanwezigheid van niet-tolerante, modern georienteerde groepen. Hier zien we dat de interculturaliteit hoe langer hoe meer spanningen met zich meebrengt. Dit zijn vooralsnog wijken met een gebrek aan leven en voorzieningen door een te eenzijdige focus op het wonen. Ook spelen fysieke barrieres als de A10-ringweg een rol.
Het IJ vormt een waterbarriere die de binnenstad en het stadsdeel Amsterdam Noord van elkaar scheidt, maar in tegenstelling tot de westelijke tuinsteden biedt Amsterdam Noord veel meer varieteit aan woonmilieus en intimiteit waardoor diverse groepen een plek van hun gading kunnen vinden. Postmoderne en modern georienteerde groepen penetreren stilletjes in dit minder bekende deel van Amsterdam. Het is jammer dat de gemeente Amsterdam niet veel eerder de mogelijkheden voor gentrification in Amsterdam Noord heeft onderkend en daarnaast het accommoderen van stedelijk georienteerde jongeren.
Geborgenheid in de buurt, leven in de stad
Een ideale situatie ontstaat als jonge stedelingen snel kunnen schakelen tussen de geborgenheid van de eigen directe woonomgeving en de dynamiek van de stad. De focus voor stedenbouwkundigen en architecten in een stad als Amsterdam dient dan ook te liggen op het realiseren van aantrekkelijke buurten, waar men zich thuis kan voelen, zonder dat de band met het centrum doorbroken wordt. In feite moeten jonge stedelingen meer lucht in de eigen buurt krijgen of een eigen plek krijgen waar zij zich terug kunnen trekken. Dus; het terugtrekken in de eigen buurt mag meer gefaciliteerd worden, zoals bijvoorbeeld de opkomst van stadsstranden langs de Amsterdamse IJ-oevers.
In tegenstelling tot Amsterdam zal in Rotterdam juist de focus moeten liggen op het doorbreken van het isolement waarin veel van de vaak prachtige Rotterdamse woonmilieus zich op dit moment bevinden. Buurten moeten meer gelinkt worden met elkaar en het centrum. Rekening houden met de dominante orientatie van de bewoners in deze wijken en buurten is wel een voorwaarde voor succes.
Bron: SmartStart 22.05.2006
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roel Schoemaker, principal researcher Motivaction





