Bietsers en zuipschuiten: Typologie van de drinker
Bron: Vrij Nederland, 15.12.06
Typologie van de drinker
Bietsers en zuipschuiten
Van luidruchtige zuipschuit tot stille tassenknipper, de doorgewinterde kastelein kent alle typen die bij hem aan de bar verschijnen. Maar passen zijn kenschetsen ook in de hokjes en vakjes van de moderne onderzoeksbureaus?
Binnen gemiddels drie seconden weet de Amsterdamse barkeeper Co Bennaars (73) elk type drinker te rangschikken in de categorie waar die thuishoort. Kwestie van inzicht en ervaring. Bennaars is oprichter van het Nederlands Horecagilde en voorheen uitbater van diverse doorrookte drenkplaatsen in Amsterdam. Te midden van de liefdevol als 'broeders van de natte gemeente' aangeduide habitues is de luidruchtige zuipschuit hem het minst dierbaar. Vertegenwoordigers van deze groep betonen zich aan de bar gul in het uitdelen van rondjes, maar zodra de lust tot het tappen van kapsonesmoppen of het lallen van een schunnig vers hun te machtig wordt, is snel ingrijpen geboden. Je zou de zuipschuit een stevige drinker kunnen noemen, ware het niet dat zijn hand voortdurend trilt.
Zwijgers en biechters
Hoewel zijn tegenpool, de stille drinker, de ledematen tijdens het bitteruur evenmin onder controle heeft, is deze van aanzienlijk meer sympathie vanachter de tapkast verzekerd. De stille drinker is niemand tot last als hij omgeven door een aureool van eenzaamheid de glazen wegtikt. Met aandoenlijk plichtsbesef verkiest hij het tot op de bodem ledigen van kelkjes boven elke vorm van aanspraak. Het ogenschijnlijk diepzinnige zwijgen van de drankconsument kan volgens het Handboek voor Kelner en Serveerster (1979) 'velerlei redenen' hebben, zoals 'bescheidenheid, minachting, tegenzin, spreekangst, domheid, minderwaardigheidsgevoel, hoogmoedswaanzin'.
De klassieke bohemien die drankzucht aan een kunstzinnige inslag paart, vertegenwoordigt een uitstervende bevolkingsgroep
De stille drinker die het cafe als spoelbak voor zijn verdriet beschouwt, overlapt deels met de hardnekkige probleemdrinker die bij Koning Alcohol de vertroosting vindt die zijn medemens hem niet meer kan bieden. Aan de bierpomp werd Co Bennaars zo openhartig aangesproken op zijn kwaliteiten als amateurpsychiater dat het dorstlessen onder zijn auspicien soms het karakter van bezigheidstherapie kreeg. Overspel, huwelijksperikelen, faalangst, bedplassen, nachtblindheid, spilzucht, smetvrees, zelfverrijkingszucht of spinnenfobie -geen particuliere biecht bleef de barman bespaard. Hij waardeerde het als het invoelende hoofdknikje van zijn kant werd opgevat als blijk van lotsverbondenheid, maar aan het uitnodigende 'neem er eentje van mij' gaf hij mondjesmaat gevolg omdat er meestal nog gewerkt moest worden.
Lastpakken en rotzooitrappers
Een speciaal zintuig ontwikkelde Bennaars voor de rotzooitrapper oftewel 'foute klant' die hij als zodanig ontmaskert zodra dit prototype in de deuropening opdoemt. Een keer dreigde zijn intuitie hem wat dat betreft lelijk in de steek te laten, maar nadat de apenkop in kwestie er zich aan het einde van de avond van had vergewist dat er geen pinautomaat aanwezig was om vervolgens doodleuk te vragen of hij kon pinnen, was de politie zo gebeld om hem te komen afhalen. Van een andere bierdrinker die weinig draagkracht uitstraalde, verlangde Bennaars zekerheidshalve contante betaling voor een pakje sigarettenvloeitjes. 'Kunt u geen bonnetje maken?' vroeg de man -waarop de kastelein zeker wist dat hij met een wanbetaler van doen had. Hij sprong over de toog, maar slaagde er niet in om de voortvluchtige klant in zijn kladden te grijpen. Een andere keer kreeg hij het aan de stok met vaste jongens die het oneens waren met zijn weigering om een 'tassenknipper' van drank te voorzien. Zo'n toffe gozer zijn borreltje ontzeggen, was volgens omzittenden je reinste discriminatie, maar tegen sluitingstijd was wel mooi een portemonnee pleite.
De foute klant beschikt trouwens zelf over voelsprieten die beginnen te kriebelen als hij op zijn hoede is voor onraad. Toen een Joegoslaaf stennis maakte omdat meneer zijn wodkaatje met jus d'orange te duur vond, sprak een rechercheur geruststellend: 'Co, laat het ons weten als deze vent weer moeilijk doet. Zodra wij aan de bar zitten, blijft hij weg. De onderwereld heeft een neus voor politie in burger. Dat ruiken ze.'
Een klant kan beter lastig zijn dan fout. Elke horeca-exploitant kan de notoire lastpak uittekenen, herkenbaar aan de speurende blik bij binnenkomst, in een blik inventariserend wat er vanavond zoal te zeuren en te zeiken valt. De muziek staat te hard of juist te zacht. Er drijft kurk op de wijn. De borrelnootjes zijn niet vers. Het bier slaat dood of de schuimkraag is te hoog. 'Dat soort gasten, daar ben ik gauw klaar mee,' meldt Co Bennaars. 'Ik zeg gewoon: kom er rond voor uit als je aandacht nodig hebt. Aandacht kunnen we regelen.'
Bohemiens en bietsers
De klassieke bohemien die drankzucht aan een kunstzinnige inslag paart, vertegenwoordigt een uitstervende bevolkingsgroep en verdient om onder andere die reden gekoesterd te worden. De Groninger dichter Jean Pierre Rawie is zo'n negentiende-eeuws aandoende romanticus. Het is goed voorstelbaar dat hij de rekening van een drinkgelag vereffent door het overhandigen van een van zijn vele toepasselijke verzen, zoals dit uit 1982 daterende kwatrijn: 'Ik wis de wijn en tranen uit mijn baard. /Was zulkeen avond wel zo'n ochtend waard? / Ik heb mij zo te zien met open ogen / opnieuw op mijn illusies blindgestaard.'
De bietser mag, dorstig maar platzak, graag aanschuiven bij de ronde tafel waar hij zijn uiterste best zal doen om te schateren om de moppen van degene die hem trakteert op een naar keuze gevuld glas. Laat die man toch, iedereen kan zien dat het hem zelfs aan geld ontbreekt om scherpe scheermesjes te kopen. Een grimmige, maar merkwaardigerwijs maatschappelijk meer aanvaarde variant van de bietser is de meedrinker wiens aanwezigheid meer wrevel oproept naarmate hij vaker van de partij is. Ja, hij wil best een pils en wel twee ook. Tegen de tijd dat acht lege glazen voor hem staan, verwachten zijn drinkebroers tegen beter weten in dat hij met de rechterwijsvinger een wijde cirkelbeweging boven het hoofd zal maken, een gebaar dat de ober direct begrijpt. Maar nee, in plaats van zich op een leuke manier aan te sluiten bij de rest van de groep kijkt de meedrinker opeens quasi-verschrikt op zijn horloge ('Wat? Zeven uur \\ Ik had mijn vrouw beloofd dat ik vandaag om halfzes thuis zou zijn!'), pakt zijn jas en biezen en beent schielijk het dranklokaal uit, het gezelschap in verbijstering achterlatend.
Modalen en metroseksuelen
De Verenigde Bierbrouwerijen, producent van onder andere het hoppige Oranjeboom-bier, verdeelde kroegtijgers op basis van observatie in de stad Groningen ooit in vijf 'expressietypen', varierend van 'zakelijk-exclusief (het jasje-dasje-type dat uitstraalt geslaagd te zijn in het leven) tot 'vrolijk-sportief (gaat gekleed in poloshirt en vlotte broek, heeft onbezorgd en vrolijk karakter; wil best hogerop, maar niet ten koste van alles), 'modaal' (de gemiddelde Nederlander, zeg maar), 'vernieuwend' (modebewust, trendgevoelig, artistiekerig)en 'non-conformistisch' (de reguliere horeca ziet ze weinig; het betreft jongeren die zich meer op hun gemak voelen in een krakerscafe). De brouwerij heeft het uitentreuren onderzocht, maar die indeling in expressietypen blijkt zo perfect te kloppen dat je daar de hele markt onder kunt vangen. Alleen de leeftijd verschilt per locatie. Non-conformisten boven de vijfentwintig jaar zijn er nauwelijks, zakelijk-exclusieven beneden de twintig worden hooguit in Den Haag aangetroffen.
Bij het Utrechtse onderzoeksbureau AnnaLise-SVP legt 'research analist' Gerdi Janssen uit dat het gedrag van de eigentijdse consument aanzienlijk grilliger is dan dat van zijn voorgangers. Gevolg van de zap-samenleving is dat het vandaag weghappen van een Big Mac het morgen romantisch tafelen bij De Vergulde Swaen niet in de weg staat. Nu de ambiance weinig meer vertelt over de sociologische samenstelling van het publiek -wij postmodernen komen immers overal -zijn exclusieve drankjes een hulpmiddel bij het profileren van een eigenzinnige inslag. Jongeren die een Breezer achterover slaan, zijn opeens iemand. En een pilsje bestellen, is van plattere orde dan vragen naar een trendy biervariant uit een designflesje.
Deze praktijk staat mijlenver af van het consumptiepatroon waar een bruine kroeg in grossiert, maar werd een specialiteit van de hippe uitgaansgelegenheden waarover onderzoekster Gerdi Janssen rapporteert: 'Het zogenaamde "naar de klote gaan" aan de bar dan wel op de dansvloer- hot in de jaren negentig - is uit. Dansende mannen met gevoel voor smaak en baby-champagne drinkende vrouwen die voor een flirt niet terugdeinzen, dat is de nieuwe trend!'Daarbij past de herwaardering voor rose, het ontkurken van een fles champagne als toonbeeld van verfijnde smaak of het precieus nippen aan een cocktail, iets dat tot voor kort was voorbehouden aan dames van stand. 'Cocktails, dat is bij uitstek iets voor de metroseksuele man, die aandacht besteedt aan een verzorgd uiterlijk en verfijnde, vrouwelijke eigenschappen bij zichzelf niet onderdrukt,' weet onderzoekster Janssen.
Traditionelen en hedonisten
'Research manager' Hedwig Boerboom van het Amsterdamse bureau Motivaction wijst erop dat volgens recent onderzoek de metroseksuele consument een tegenvoeter kreeg in de persoon van de uberseksuele man, die veel wegheeft van de klassieke macho. Stoer, stoppelbaard, niks cocktailtje, maar een dubbele whisky of desnoods bier, maar dan wel rechtstreeks uit het flesje achterover geslagen. Het is geen grote groep; volgens Motivaction-cijfers zet maar veertien procent van de Nederlandse bevolking wekelijks een voet over de drempel van cafe, bar of kroeg. De liefhebbers hechten aan 'waarden als status en genieten in combinatie met ontplooiingen beleven'.
Bij het opstellen van de 'drinkerstypologie' gaat Motivaction uit van een beproefd model dat aan de basis ligt van praktisch al zijn doelgroepenonderzoek. De samenleving wordt daarbij onderverdeeld in acht categorieen burgers, varierend van 'nieuwe conservatieven' (acht procent van de bevolking, dus verreweg in de minderheid) tot het 'moderne' volksdeel (statusgevoelig, zoekt evenwicht tussen traditie en hedonisme; met tweeentwintig procent de grootste groep). De traditionelen, de gemaksgeorienteerden, de kosmopolieten, de opwaarts mobielen, de postmaterialisten en de postmoderne hedonisten - als ze al naar het cafe gaan, dan weten ze precies waar ze zijn moeten. Hedwig Boerboom tovert bij elk prototype een foto van het bijbehorende etablissement te voorschijn. Volgens haar indeling is de als 'moderne burgerij' aangeduide groep - motto: doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg - het minst enthousiast over bars en cafeetjes. De moderne burger drinkt zijn biertje het liefst thuis. Gewoon gezellig op de bank.
Bron: Vrij Nederland december, 2006





