DIK tevreden
DIK tevreden
Is de moderne mens obsessief bezig met zijn uiterlijk? Valt reuze mee, blijkt uit een enquete die HP/De Tijd liet houden. We willen helemaal geen botox of nose job. Als we al ergens mee zitten, is het hooguit ons gewicht.
Het uiterlijk lijkt belangrijker dan ooit tevoren. De massamedia produceren een niet-aflatende stroom beelden waarin het menselijk lichaam wordt verheerlijkt. De mollige Dove-meisjes ten spijt valt er moeilijk te ontsnappen aan het schoonheidsideaal dat je vanaf elke glossy en abri hautain aanstaart in al zijn halfnaakte glorie. Betekent dit nu ook, zoals weleens zorgelijk wordt geopperd, dat we in een schoonheidscultus leven waarin alles om het lichaam draait? Op televisie vertoont elk land zijn eigen versie van The Next Top Model. Populair zijn ook de vele make-over-series, waarin lelijke eendjes met behulp van snij- en oplapwerk tot elegante zwanen worden omgebouwd. Steeds meer vrouwen nemen siliconenborsten. Facelifts gebeuren op jongere leeftijd. Botox is volkomen ingeburgerd, en jonge meisjes sparen voor een nose job of een schaamlipreductie-operatie. De actualiteitenrubriek Netwerk ontdekte een nieuwe eetafwijking: orthorexia (een obsessie met gezond eten).
Ruim de helft van de ondervraagden vindt zichzelf er jonger uitzien dan ze zijn. Bijna niemand vindt zichzelf er ouder uitzien.
Vormt de opmars van de schoonheidscultus een stevige maatschappelijke trend, of gaat het over marginale verschijnselen, waarover het leuk berichten is? Om hier meer helderheid over te krijgen hield onderzoeksbureau Motivaction op verzoek van HP/De Tijd een enquete onder 864 Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar, die representatief zijn voor de bevolking. En om maar meteen de belangrijkste uitkomst te vermelden: de meeste Nederlanders interesseert het niets. Aan hun lijf geen polonaise. Men wringt zich zeker niet in bochten om aan een of ander schoonheidsideaal te voldoen. De meeste Nederlanders doen of willen niets speciaals ter verbetering van hun uiterlijk. Als ze al iets willen ondernemen, dan is het afvallen. Dat dan weer wel.
Gevraagd naar de tevredenheid met hun uiterlijk, geven zowel mannen als vrouwen zichzelf het rapportcijfer 7. Er was geen verschil tussen leeftijden of sociale klasse. Iedereen, man of vrouw, oud of jong, arm of rijk, is behoorlijk tevreden met hoe hij of zij eruitziet. Met een 7 gemiddeld bestaat er natuurlijk ook geen noodzaak tot het nemen van drastische maatregelen.
Van de vrouwen gebruikt 85 procent min of meer regelmatig make-up (15 procent doet dat nooit). Bij mannen ligt dat andersom: 96 procent doet dat nooit, tegenover 4 procent af en toe. Van de vrouwen die zich opmaken, besteedt 70 procent er minder dan tien minuten per dag aan. Je kunt niet zeggen dat de Nederlander veel tijd kwijt is met optutten. Vrouwen geven gemiddeld ook meer geld uit aan cosmetica en lichaamsverzorgende producten dan mannen. Maar nog steeds weinig: 47 procent van de vrouwen besteedt er per maand minder dan tien euro aan - nog een aanwijzing voor de tevredenheid met het eigen uiterlijk.
Zestig procent van de vrouwen en zes procent van de mannen verft het haar. Vooralsnog is er geen sprake van een inhaalslag door mannen op het gebied van schoonheidsbevorderende producten.
De meerderheid van de vrouwen scheert lichaamsbeharing, zoals okselhaar, bikinilijn, beenhaar. Slechts 10 procent van de mannen doet dit. 40 procent van de vrouwen scheert weleens het totale schaamhaar weg, tegenover 29 procent van de mannen.
Ongeveer een kwart van de vrouwen bezoekt weleens de schoonheidsspecialiste, tegenover 3 procent van de mannen. Nagelstudio's en beautyfarms worden in het algemeen heel weinig gefrequenteerd, en bijna nooit door mannen. De zonnebank wordt weleens bezocht door 21 procent van de vrouwen en 15 procent van de mannen. De sauna geniet bij de seksen een even grote populariteit: ongeveer een kwart van de respondenten maakt daar gebruik van. Tien procent van de vrouwen en een kwart van de mannen gaat nooit naar de kapper.
Leeftijd en schoonheid hangen samen. Met het klimmen der jaren neemt de aantrekkelijkheid af.
De helft van de respondenten geeft aan kleding en schoenen niet meer dan 50 euro per maand uit. Geen verschil tussen vrouwen en mannen.
Voor vrouwen ligt leeftijd van oudsher gevoeliger dan voor mannen. Het geldt dan ook als onbeleefd rechtstreeks naar de leeftijd te vragen. Maar deze omzichtigheid is overbodig, want 95 procent van de ondervraagden zegt nooit over de eigen leeftijd te liegen. Wel zegt de meerderheid zich jonger te voelen dan ze in werkelijkheid zijn, mannen wat sterker dan vrouwen. Ruim de helft vindt daarbij dat ze er ook jonger uitzien dan ze in werkelijkheid zijn. Bijna niemand vindt zichzelf er ouder uitzien dan zijn kalenderleeftijd. Degenen die zich precies zo oud voelen als ze zijn, bevinden zich overwegend (70 procent) in de leeftijdscategorie 18- tot 24-jarigen. Bij de groep 55- tot 65-jarigen daarentegen voelt meer dan 60 procent zich jonger. Slechts 7 procent voelt zich ouder dan zijn leeftijd (dat betreft vaker vrouwen dan mannen). Verder onderschrijft 83 procent van de ondervraagden de stelling 'Je bent zo jong als je je voelt'. Met dit cliche neemt men afstand van de koele kalenderleeftijd en benadrukt men de autonomie. In overgrote meerderheid vinden mensen de ware leeftijd minder belangrijk dan de gevoelsleeftijd.
De conclusie is dat jeugd als afzonderlijke waarde stevig verankerd ligt in de cultuur en ruim omhelsd wordt door de bevolking. Dit zegt verder niets over hoe men er nu echt uitziet, want de respondenten leverden geen foto's bij. Het valt niet na te gaan of de (oudere) meerderheid die zegt er jonger uit te zien en zich jonger te voelen zichzelf misschien door een roze bril bekijkt.
Van oudsher was schoonheid meer het domein van de vrouw dan van de man, omdat er voor vrouwen meer van afhing. Zij hielden zich dan ook meer bezig met mode, cosmetica en kleren, de parafernalia waarmee je jezelf aantrekkelijker kunt maken. Dit verschil bestaat nog steeds. Twee keer zoveel vrouwen (30 procent) als mannen (15 procent) zeggen de modetrends in de gaten te houden door foto's in tijdschriften te bekijken. Ook zegt 37 procent van de vrouwen dat ze zich in modieuze kleding zekerder van zichzelf voelen, tegenover 23 procent van de mannen. Maar in de bestedingen die ze vervolgens doen komt dit verschil niet tot uiting. Mannen en vrouwen geven evenveel geld uit aan nieuwe kleren en schoenen. Wel bezitten vrouwen veel meer schoenen dan mannen: 20 procent heeft minstens twaalf paar schoenen, tegenover 2 procent van de mannen.
De helft van de respondenten geeft aan kleding en schoenen niet meer dan 50 euro per maand uit. Een derde besteedt tussen de 50 en 100 euro per maand. Geen verschil tussen mannen en vrouwen. De extra energie die vrouwen nog steeds aan mode en wat daarmee samenhangt besteden, is dus vooral een mentale activiteit. Als het op geld uitgeven aankomt, ontlopen mannen en vrouwen elkaar niet.
Zoals gezegd beoordeelden de respondenten hun uiterlijk met een ruime voldoende. Navraag naar de tevredenheid op deelaspecten wees uit dat 20 procent van de mannen niets te klagen heeft over hun uiterlijk, tegenover slechts 5 procent van de vrouwen. De topvier van lichaamsaspecten waar men het meest tevreden over was, was voor vrouwen: ogen, haren, borsten en gezicht. En voor mannen: gezicht, ogen, benen, handen.
De topvier van zelfkritiek onder vrouwen bestaat uit de buik (70 procent), benen (30 procent), billen (29 procent) en borsten (20 procent). Mannen hebben minder detailkritiek. 12 procent van hen is ontevreden over het haar (ongetwijfeld kaalheid). De helft van de mannen noemt de buik als punt van ontevredenheid.
Wat er precies met die buiken mis is, wordt duidelijk uit de vraag naar het gewicht. De Nederlandse vrouw weegt gemiddeld 77 kilo bij een lengte van 169 cm en de gemiddelde man 85 kilo bij een lengte van 181 cm. Dat is heel veel. Driekwart van de vrouwen en 65 procent van de mannen vindt zichzelf dan ook te zwaar, en daar hebben ze gelijk in. Los van alle gezondheidsproblemen die een te hoog lichaamsgewicht met zich meebrengt, maakt het mensen ook onaantrekkelijk. Het gemiddeld aantal kilo's dat respondenten kwijt zouden willen raken ligt dan ook bijzonder hoog: vrouwen zouden graag 13 kilo willen afvallen en mannen 10 kilo. Deze wens is zo extreem (omdat het zo moeilijk is om af te vallen) dat je kunt spreken van een irreeel verlangen. Hoewel iedereen van zichzelf zegt gevarieerd en gezond te eten - minder dan 10 procent geeft althans het eten van ongezond en eenzijdig voedsel toe - heeft 54 procent van de vrouwen en 24 procent van de mannen weleens een dieet gevolgd of doet dat nog steeds. Sonja Bakker en maaltijdvervangers zoals Modifast zijn het populairst (12 procent). Zes procent van de vrouwen heeft zich tot de huisarts gewend voor een recept voor dieetpillen. Veel zoden zet het allemaal niet aan de dijk. Slechts 16 procent is op zijn of haar streefgewicht gekomen. Meer dan een op de vier kon het dieet niet volhouden en is ermee opgehouden, 16 procent is nu nog zwaarder dan voorheen (het jojo-effect), en 40 procent is nog steeds manmoedig bezig. Van alle problemen die mensen met hun uiterlijk kunnen hebben, is gewicht zonder twijfel het belangrijkste.
Dieten zijn een deprimerende business die weinig uithalen. Bewegen dan misschien? Het aanmoedigen door de overheid van deze gezonde (en afslankende) levensstijl is vooralsnog tegen dovemansoren gericht. 52 procent van de vrouwen en 43 procent van de mannen houdt zich verre van sportbeoefening of dansen. Daar doet men liever niet aan. De sportschool, waar je toch zo veel over hoort, wordt door 20 procent regelmatig, dat wil zeggen een keer of vaker per week bezocht, door vrouwen (als ze het doen) iets trouwer dan door mannen. Ook besteden vrouwen meer tijd aan lichte lichamelijke inspanningen in en om het huis (opruimen, afwassen, strijken): 50 procent is daar een of meer uur per dag mee kwijt, tegenover 22 procent van de mannen. Zware lichamelijke inspanning rondom het huis (schrobben, boenen, schoonmaken) komt ook grotendeels voor rekening van de vrouwen: 40 procent besteedt daar een half tot meer dan een uur per dag aan, tegenover 29 procent van de mannen.
Wat de dagelijkse mobiliteit betreft, is de verhouding man-vrouw, auto-fiets nog steeds klassiek. 40 procent van de vrouwen stapt dagelijks op de fiets voor boodschappen, kindervervoer of woon-werkverkeer, tegenover 31 pro- cent van de mannen. Voor de auto ligt het net omgekeerd. 52 procent van de mannen gebruikt voor zijn dagelijkse mobiliteit de auto tegenover 44 procent van de vrouwen. In deze fase van de mensheid (omringd door comfort, machines die het werk uit handen nemen en heerlijk voedsel in overweldigende hoeveelheden) lijkt het niet raadzaam om de aloude feministische eis 'mannen moeten meer in het huishouden doen' nog verder in te willigen. Mannen hebben wat meer aardigheid in sportbeoefening dan vrouwen. Daar raken zij hun energie (en surplus aan calorieen) enigszins in kwijt. Laat vrouwen dan maar doorgaan met hun huishoudelijke taken en met fietsen, anders groeien ze helemaal dicht.
Rigoureuzere methodes zijn ook mogelijk. Tegen aftakeling door het klimmen der jaren of tegen imperfecties in het algemeen heeft de medische wetenschap verschillende remedies ontwikkeld die bekendstaan onder de verzamelnaam cosmetische chirurgie. Het is interessant om na te gaan in hoeverre deze nieuwe mogelijkheden zijn aangeslagen.
In de steekproef is het percentage mensen dat cosmetische ingrepen heeft laten doen of in de toekomst overweegt uiterst laag. Alleen ooglidcorrectie is door 5 procent van de vrouwen gedaan en wordt door 8 procent in de toekomst overwogen. Helemaal niemand heeft botox gebruikt of is dat van plan. Siliconenborsten, facelifts, liposuctie - alles waar messen of naalden bij te pas komen wijst men categorisch af. Men heeft het niet ondergaan en men overweegt het ook niet voor de toekomst. Het aantal klinieken voor cosmetische chirurgie neemt toe, maar in absolute aantallen is het aantal klanten kennelijk nog steeds zo gering dat ze in een enquete niet of nauwelijks zijn terug te vinden.
Vier van de vijf mensen onderschrijven de stelling dat er in deze cultuur te veel belang aan uiterlijk wordt gehecht, maar zelf doen ze daar niet aan mee.
Het motief 'Ik heb dat niet nodig' wordt relatief het vaakst genoemd (door 60 a 70 procent) wanneer respondenten moeten aangeven waarom ze bepaalde ingrepen afwijzen. Gemiddeld zo'n 20 procent wil niet dat er zonder medische noodzaak gesneden wordt in zijn of haar lichaam. Eenzelfde percentage is van mening dat 'de mensen mij maar moeten nemen zoals ik ben'. De kosten van cosmetische ingrepen die niet op medische indicatie plaatsvinden, zijn hoog. Toch speelt de duurte van deze operaties nauwelijks een rol in de overwegingen. Het percentage Mensen dat er niet aan begint 'omdat ze dat niet kunnen betalen' schommelt bij alle behandelingen om de 5 procent en is dus verwaarloosbaar. Alleen bij liposuctie vormen de kosten een drempel van betekenis. 15 procent van de vrouwen begint hier niet aan omdat het te duur is. Met andere woorden: als ze het wel zouden kunnen betalen, zouden ze het misschien wel doen. 8 procent wordt van een buikwandcorrectie afgehouden door de kosten. Overgewicht is het enige probleem waarvoor een overigens gering percentage Nederlanders bereid zou zijn een operatie te ondergaan . als het niet zo duur was.
Gevraagd of hun opvattingen over cosmetische chirurgie zijn veranderd, vergeleken met vijf a tien jaar geleden, antwoordt 70 procent van de respondenten dat ze hetzelfde zijn gebleven. Ongeveer een kwart denkt er tegenwoordig positiever over en 7 procent negatiever. De algemene maatschappelijke acceptatie van cosmetische chirurgie is dus toch wel toegenomen. Weliswaar willen mensen zelf er nog steeds niet aan en twee van de drie respondenten kent ook niemand persoonlijk die cosmetische chirurgie heeft ondergaan, maar het is toch geleidelijk aan gewoner geworden. Het wordt in ieder geval minder a priori afgewezen.
Uit het gedrag van de respondenten blijkt in ieder geval geen speciale obsessie met schoonheid. Misschien speelt het zich allemaal in het hoofd af. Om daar achter te komen kregen de geenqueteerden een aantal stellingen voorgelegd waarbij ze konden aangeven in hoeverre ze het ermee eens waren.
Het eerste dat opvalt, is een zeer sterke relativering van schoonheid in het algemeen. Niemand vindt dat botox er inmiddels bij hoort voor oudere vrouwen. Maar een op de tien respondenten denkt dat siliconenborsten meer kans op de relatiemarkt bieden. Een even laag percentage is van mening dat een mooier uiterlijk hun meer succes had gebracht of zou in de keus tussen meer schoonheid of meer intelligentie de voorkeur geven aan schoonheid. Met de stelling 'Als ik mocht kiezen tussen meer schoonheid of meer intelligentie, dan koos ik meer schoonheid' is slechts 13 procent het eens. In overgrote meerderheid denkt men dus langs lijnen van 'schoonheid doet er niet zoveel toe'.
Bijna de helft van de respondenten ziet niets in moderne schoonheidsattributen als tatoeages en piercings. Het scheren van al het schaamhaar vindt slechts 15 procent bij de normale lichaamsverzorging horen (in de groep jongeren is dat 25 procent). De plastisch chirurg die onlangs in het Volkskrant magazine opmerkte dat hij dacht: 'wat Onverzorgd' als een vrouw met schaamhaar op consult kwam, krijgt kennelijk weinig gemiddelde Nederlanders op zijn spreekuur.
Vier van de vijf mensen onderschrijven de stelling dat er in deze cultuur te veel belang aan uiterlijk wordt gehecht (de schoonheidscultus-hypothese), maar zelf doen zij daar niet aan mee, want ze zeggen in overweldigende meerderheid dat 'ware schoonheid van binnen zit. Op dat moment gooien zij uiterlijke schoonheid en een nobel karakter op een hoop, wat goedbeschouwd onzinnig is. Alsof de hele bevolking, gesteld voor de keus tussen een avondje uit met Moeder Teresa of Cameron Diaz, als een man voor Moeder Teresa zou kiezen. Mannen houden bij deze vraag de realiteit net iets meer in het oog dan vrouwen. Mannen maken uberhaupt meer onderscheid tussen schoonheid en andere belangrijke eigenschappen; zij vinden meer dan vrouwen uiterlijk de doorslaggevende reden om verliefd te worden.
De conclusie kan niet anders luiden dan dat Nederlanders zich niet buitengewoon voor schoonheid interesseren. Mooi of niet, ze zijn tevreden met hun uiterlijk, althans niet zo ontevreden dat ze ingrijpende maatregelen overwegen. Als er ergens wordt gestreden voor verbetering, dan gebeurt dat op het dietenfront, maar daar is de strijd zwaar en de afloop onzeker. Niet dat dat iemand iets kan schelen, want het gaat hun meer om het geestelijke dan om de buitenkant.
Deze denkwijze weerspiegelt perfect de traditionele maatschappelijke consensus, waarin schoonheid op zichzelf begerenswaardig is, maar tegelijk in verband staat met ijdelheid, oppervlakkigheid en leeghoofdigheid. Anders geformuleerd: schoonheid is leuk en aardig, maar het gaat natuurlijk wel om andere dingen in het leven. Respondenten zijn zo sterk doordrongen van de norm die inhoud boven vorm stelt dat ze alles wat met uiterlijk te maken heeft klein en onbelangrijk maken. Als bijvoorbeeld slechts 20 procent het uiterlijk doorslaggevend vindt om op iemand verliefd te worden, dan lijkt sociale wenselijkheid de eerlijkheid te verdringen. In de praktijk van de relatiemarkt speelt het uiterlijk en hoe dat te presenteren immers wel degelijk een cruciale rol.
De meningen van de Nederlandse bevolking over schoonheid lopen grotendeels langs lijnen van sociale wenselijkheid en politieke correctheid. Op zichzelf begrijpelijk genoeg, omdat schoonheid altijd tegenstrijdige reacties oproept bij de beschouwer: zowel bewondering als een gevoel van zelf tekortschieten. Dat is geen aangename combinatie; vandaar dat mensen geneigd zijn ofwel hun bewondering te temperen (zo mooi zijn die modellen niet - ze zijn allemaal gefotoshopt) ofwel hun eigen tekortkomingen af te zwakken (ik mag dan niet supermooi zijn - ik heb andere kwaliteiten die veel belangrijker zijn).
De massamedia hebben de schoonheid gedemocratiseerd en door de secularisatie is zij ontdaan van zondige associaties. Als gevolg hiervan heeft schoonheid ruim baan gekregen om zich op grote schaal te manifesteren. De massamedia leven van het verspreiden van beeldmateriaal. Vanzelfsprekend kijken mensen liever naar plaatjes van mooie dan van lelijke mensen. Of de overstelpende hoeveelheid eerbewijzen aan de menselijke schoonheid die er in de populaire cultuur circuleren het publiek onbehaaglijk maakt, valt te betwijfelen. De meeste mensen laten zich niet zo makkelijk uit het veld slaan. Waarom zouden ze de beelden die vanuit de massamedia op hen afkomen als ijkpunt voor zichzelf nemen? Dat leidt alleen maar tot het gevoel te zijn mislukt. Wie op straat om zich heen kijkt naar levende mensen wordt doorgaans niet getroffen door een overmaat aan uiterlijk schoon. Het is veel handiger om jezelf te vergelijken met de gewone man/vrouw op straat, dan spring je er ook nog eens op een voordelige manier uit. Rationaliserende zelfbeschermingstactieken zijn onontbeerlijk om het ego overeind te houden tegenover het schoonheidsgeweld van de massamedia. Nederlanders hebben niet de minste moeite met deze tactieken. "Het is alleen maar buitenkant," zegt men berustend, en gaat over tot de orde van de dag.
Bron: HP/De Tijd door Beatrijs Ritsema 07.09.07





