'Gun kinderen kleine overwinning op angst'
Aleid Truijens ziet geen nut in de zogenaamde 'brugklas-training' die leerlingen uit groep 8 moet klaarstomen voor de brugklas.
Deze weken zijn ze nog even de oudsten, de coolste gasten van de school, en schitteren ze in de musical, maar over twee maanden zijn de rollen omgedraaid. Dan zijn ze weer kleuters op gigantische scholengemeenschappen. Brugpiepers, brugmuggen, gekromd onder hun immense, volgestouwde rugzak, wankelend op hun iets te grote fiets.
Nieuw
Op die nieuwe school krijg je vakken als wiskunde en Frans. Elke dag huiswerk, en soms een proefwerk. Dertig onbekende kinderen in de klas. Nooit meer gebracht of gehaald worden. Elk uur een nieuwe leraar, telkens een ander lokaal in dat enorme labyrint.
Sommige jongens en meiden torenen een halve meter boven je uit en scheuren rond op scootertjes. Een totaal nieuwe wereld. Ontzettend spannend. En ook een beetje eng.
Elk jaar overleven de brugklassertjes deze grote sprong in hun leven, de eerste die niet wordt gemaakt aan de hand van papa of mama. Na drie weken dragen ze hun veel lichtere rugzak al losjes aan één pink en hebben ze nieuwe vrienden. Nog één jaar en ze kijken een beetje meewarig naar de nieuwe lading krielkippen. Ze zijn geen baby's meer.
Overbezorgde ouders
Deze zinvolle rite de passage, deze kleine overwinning op angst, dreigt kinderen ontnomen te worden door overbezorgde ouders. Veel achtstegroepers volgden dit voorjaar een 'brugklas-training', lees ik in Het Parool.
Hun ouders, en daardoor ook de kinderen zelf, zijn bang dat het onzekere brugklassertje zich niet handhaaft in de puberjungle. Wordt hun kleintje wel gezien? Heeft het wel vriendjes in de pauze, wordt het niet omver geduwd door stoere vierdeklassers? Zal het zich, kortom, niet ongelukkig voelen?
En kijk, daar dient de remedie voor hun zorgen zich al aan: particuliere bureautjes van psychologen of pedogogen die de weg voor deze rite de passage plaveien. Voor 500 euro wordt de eerste horde op weg naar volwassenheid omgetoverd in een glijbaan. Een gat in de markt.
Presentatie
Op die cursus krijgen kinderen, lees ik, niet alleen tips over huiswerk en proefwerken plannen, ook leren ze hoe je je kans op populariteit vergroot.
Een goede presentatie is belangrijk, vindt de psychologe. Dus: kies de 'juiste' agenda, kies welbewust je kleren en je kapsel, koop een hippe bril. 'Heb je als jongen lang haar, denk daar dan wel goed over na.' En: 'Hoe ziet je Hyves-pagina eruit?' De kinderen krijgen opbeurende kaartjes mee naar huis, met teksten als 'Ik hou van mezelf!' en, tegenstrijdig aan het advies zichzelf brugklasproof op te pimpen: 'Ik mag anders zijn!'
Het lijken me niet echt adviezen die het zelfvertrouwen vergroten. Alles draait dus om presentatie. Om mee te tellen, moet je je oude persoonlijkheid, je vertrouwde kinderbril, en je Hyves-pagina met roze hartjes, je lievelingskleren, inleveren bij de schoolpoort. Trouwens, het bestaan alleen al van zo'n cursus, en het feit dat je ouders je opgeven, voedt de gedachte dat er straks een horde brullende wolven staat te wachten, klaar om jou, weerloze brugmug, te verscheuren. Er dreigt gevaar en kennelijk word je niet in staat geacht je te verweren.
Paranoid parenting
Het is liefde natuurlijk. Ik begrijp die ouders maar al te goed. Vaak heb ik me zelf schuldig aan gemaakt aan paranoid parenting, en nog steeds kost het me moeite om mijn bemoeizucht in te dammen. Overal loert en grijnst immers het gevaar, het afglijden, het ongeluk. Je wilt het onheil vóór zijn en de goede feeën een handje helpen. Het ís ook hartverscheurend, zo'n kind alleen op een schoolplein, met paniekerige blik.
Maar door alle hobbels in een kinderleven glad te strijken, kweken we bange, kwetsbare adolescenten die denken dat ze niets kunnen. Hun ouders cirkelen toch niet voor niets bezorgd om hen heen? Of het puberale zelfvertrouwen wordt juist irreëel groot: wie altijd wordt bejubeld, en wordt opgevangen door een verend vangnet, valt zich nooit een buil en weet niet wat falen is.
Zelfverzekerd en angstig
Geen wonder dat de onderzoekers van bureau Motivaction constateren, na tien jaar jeugdonderzoek, dat er nu een generatie op de arbeidsmarkt komt die zowel te overmoedig en zelfverzekerd is als angstig en onhandig.
Je zou kinderen de kans moeten gunnen om krassen op hun ziel op te lopen. Om zelf een ruzie te beslechten, een rotopmerking te pareren, een domme uitglijer te maken. Hoe zeikerig het ook klinkt: daar groei je van.
Bron: de Volkskrant, door Aleid Truijens 13.07.2011







