Is het UIT met de PRET?
Alle Barbies van Bart Smit, alle Legodozen van Intertoys, all-inclusive naar Thailand, tussendoor-jaartje Australië, Vespa-scooter, iPhone4, dancefestival… Het kon niet op. De generatie Y, of Einstein, groeide op in weelde. Maar uitgerekend op het moment dat zij zelf aan de bak moeten, gooit de economie roet in het eten, wordt de boterham dun belegd met tevredenheid. Is de jongvolwassene van nu wel crisisproof?
Inez Groen uit Roosendaal, onderzoekster en medeauteur van het boek Generatie Einstein (slimmer, sneller en socialer), is het niet eens met de aanname dat jongvolwassenen verwende blagen zijn. "Verwend klinkt niet alleen negatief, maar ik ben het ook niet eens met de term. Jongeren weten niet beter. Het is de wereld zoals-ie is. Maar ze denken echt niet dat geld zo maar uit de flappentap rolt."
"Onze jongeren zijn geen luie opdonders. Uit onderzoek van Motivaction en de Rabobank blijkt dat 71 procent van de ondervraagde 15- tot 18-jarigen een bijbaantje heeft, velen beginnen al op hun dertiende met een folderwijk. Onze jongeren hebben meer bijbaantjes dan de jeugd in welk ander land ook en die hebben ze om niet hun handje hoeven op te houden. 93 procent spaart. Ik denk dat ze de crisis wel aan kunnen, ze zijn pragmatisch optimistisch. Gaat het slecht met de aarde, doen zij een studie op het gebied van duurzaamheid. Ze gaan niet bij de pakken neerzitten, ze gaan er wat aan doen. Kom daar eens om bij voorgaande generaties. Ik ben 43 jaar, wij wachtten gewoon tot de bom zou vallen..."
Zwartepiet
Ze schuift de zwartepiet terug: "Door ónze hebzucht zadelen wíj ze op met een crisis waar zíj niks aan kunnen doen. En dan verwijten wij hun dat ze verwend zijn. En gnuiven we dat 'zij' het nu ook eens lekker zwaar krijgen... Behalve het eigen kind, dat mag natuurlijk niets tekortkomen."
Inez Groen constateert dat jongvolwassenen een relaxte bevolkingsgroep vormen. "Het zijn stabiele ego's. Ze hebben altijd meegekregen dat ze gewenst, geliefd en heel bijzonder zijn. Op een voetstuk geplaatst. Ook kinderen met een lage opleiding zijn daardoor zelfverzekerder. De nadruk in hun opvoeding was: als je maar gelukkig bent. Daarom is carrière niet meer nummer één en willen ze misschien geen tachtig uur per week werken."
Op naar de generatie die met de zilveren lepel in de mond werd geboren. De 23-jarige Jannes Voss uit Gennep legt de laatste hand aan zijn eindscriptie voor het hbo terwijl hij ondertussen al voltijds op kantoor aan het werk is. "Verwend?" Hij aarzelt geen seconde: "Ja, dat is mijn generatie wel, maar dat geldt natuurlijk ook weer niet voor iedereen. Na mijn eindexamen vwo ben ik maanden in Australië geweest. In ons dorp was ik toen een van de eersten. Nu gaan er veel meer en krijg ik de indruk dat het een verplicht nummer is..."
Als student heeft hij het ruim. "Maar ik ben me er wel van bewust waar het geld vandaan komt. Ik denk dat veel leeftijdgenoten het vanzelfsprekend vinden en dat wij ons niet realiseren dat wij er straks voor moeten opdraaien. Of ik met minder toe zou kunnen?" Goudeerlijk: "Ik zou het echt niet weten... Geen festivals bezoeken? Geen auto meer rijden? De crisis leeft niet onder mijn vrienden. Wij praten er amper over. De toekomst lijkt nog ver van mijn bed. Ik denk dat een eigen huis kopen niet zo gemakkelijk zal zijn. Misschien is mijn generatie wel minder bezig met het najagen van luxe omdat we het allemaal hebben. Veel studenten besteden het geld dat ze overhebben aan uitgaan en leuke dingen doen."
Hedonisme is de jeugd niet vreemd. Zijn zus Mariëlle Voss (21) ziet datzelfde gedrag bij een vriendengroep van al lang werkende jongeren. "In het weekeinde verbrassen ze zo honderd euro aan uitgaan en feesten. Dat is véél geld! Ze wonen nog thuis, hebben veel te besteden, maar als ze zelfstandig worden, gaat dat tegenvallen."
Uitgekleed
In het laatste jaar van haar hbo-studie ziet ze de crisis met andere ogen: "Ik maak me er wel druk om, niet óf ik werk kan krijgen, maar of het de baan zal zijn die ik graag wil. Juist in 'mijn' richting, de zorg of het onderwijs, wordt de boel uitgekleed. En ik wil wel graag aan de slag."
Een stapje terug doen vindt ze geen punt. "Ik ben er wel op voorbereid dat ik het niet meer zo breed zal hebben als nu. Dat is niet erg, er is toch overdaad. Op is op, dan maar geen BlackBerry. Ik hoop wel dat ik mijn paard kan houden... In mijn bijbaan ben ik al twee jaar aan het sparen voor mijn pensioen. Op mijn 67e krijg ik nu al... drie euro per jaar!" gnuift ze. "Ach, wij beginnen straks met niets, maar dan werken we ons wel op. Dat deed de generatie van mijn oma ook!"
Cathrien de Kuiper-Barlag uit Ouderkerk aan de Amstel, 88 jaar, kan zich de gevolgen van de economische crisis van 1929 heel goed heugen. "Ik was de oudste van vijftien kinderen in een Amsterdams tuindersgezin. Van kleins af aan meehelpen in de tuin. Dan leer je een hoop, dan leer je dat het niet van niets komt. Honger hebben we nooit gehad, hoor. En dat we zo arm waren, hadden we toen helemaal niet eens in de gaten. Iedereen had toen problemen. Ik had gelukkig een vrolijke vader. Beurde hij maar één cent voor een grote struik andijvie, dan zei hij tegen mijn moeder: "Niet kniesoren!" En dan begon hij te zingen. We leefden plezierig met een spelletje kaart. In tevredenheid zit het."
"Als ik zie dat mensen nu zo in de schulden zitten, tekortkomen waar een ander overhoudt... dan vraag ik me wel af hoe dat kan. Oh, we leven in een weelderig land, kijk maar eens verderop. Crisis, waar heb je het over, als je de toestand in Albanië ziet." Die arme Albanezen, de verschoppelingen van Europa, gaan haar al jaren aan het hart. Cathrien de Kuiper, daar bekend als 'moeder Cathrien', weet van haar aow'tje nog te sparen voor het arme land. Helpt, zamelt spullen in en door onder één peertje te zitten breien, weet ze zo 5000 euro voor een hulptransport te sparen.
De 73-jarige cultuursocioloog prof. dr. Anton Zijderveld uit Rotterdam roemt de jongeren van nu. "Zeer sympathieke mensen. Ik ben niet een van die boze oude mannen die mopperen over de jeugd van tegenwoordig. In tegendeel, bén ik weg van de universiteit, zijn de studenten eindelijk leuk! Als ik zie hoe ontspannen ze met elkaar omgaan op terrasjes, met al die vrienden. Misschien zijn ze materieel in de watten gelegd en blijven ze veel langer thuis wonen, maar verwend wil ik ze niet noemen. Studenten moeten tegenwoordig hun eigen promotieonderzoek bekostigen, het is zelfs een heel moeilijke tijd. In de jaren zeventig werd alles geregeld voor de babyboomers."
De 23-jarige Paul Gossens uit Middelaar is niet materieel verwend. "Ik heb het thuis goed gehad, maar ik heb er ook altijd zelf voor gewerkt. Ik ben nu al vijfenhalf jaar aan de slag als onderhoudsmonteur. Voor de crisis ben ik niet meer bang. In het begin wel. Twee jaar geleden werd ik ontslagen, maar een dag later had ik alweer werk. Je moet niet bang zijn om te werken, handen uit de mouwen. Twintigers gaan de crisis wel merken. Ik woon nog thuis en als ik bij de bank aanklop, kan ik geen huisje kopen. Dus is het doorsparen, dat is gewoon zo." Paul weifelt of er wel of geen tweedeling in de maatschappij komt, maar de balans slaat door: "Ik denk dat er meer rijken komen, en armen."
Ook Martijn Lampert signaleert een tweedeling. Lampert is onderzoeksdirecteur van Motivaction én coauteur van de 'De grenzeloze generatie', een boek over jongeren die gefascineerd zijn door uiterlijk en kicks en die werden grootgebracht in vrijheid en voorspoed. De wereld lag aan hun voeten, en nu?
"Deze jongeren werden opgevoed met de boodschap dat ze bijzonder zijn, ja, maar ze kunnen tegenslag wel aan. Flexibel zijn ze door hun leeftijd, overmoed hoort daar ook bij. De meesten zijn geen doemdenkers, al geeft een kwart aan wel somber te zijn over de perspectieven. Er is sprake van een tweedeling, kansrijk-kansarm. Enerzijds zijn daar de zelfredzamen die hun eigen boontjes doppen en als zzp'er starten, aan de andere kant heb je de minder-gekwalificeerden, die structuur en begeleiding nodig hebben en die worden ook thuis en in het onderwijs steeds minder geboden. Die kansarme jongeren komen niet aan de bak, zijn kwetsbaar en gaan onvrede vertonen."
Cultuursocioloog professor Gabriël van den Brink denkt dat het alle lagen van de bevolking betreft. "Jongeren hebben het vaak goed en zijn niet geprepareerd op tegenslag. Volwassenen trouwens ook niet. We kunnen tegenslag niet aan, juist omdat we gewend zijn zelf keuzes te maken in ons eigen leven. De crisis zal mensen op grote schaal boos, verdrietig én bang maken. Dat kan zowel uitbarstingen van woede als een epidemie van depressies tot gevolg hebben. Het wordt geen Zimbabwe, maar het wordt wel een stukje anders. Een fascinerende tijd waar ik met enige zorg naar kijk."
Bron: De Telegraaf, door Marie-Thérèse Roosendaal 13.08.2011







