Iedere bewoner een profiel
AD 12.11.2011: Woonbelevingsgroep weer meer in beeld
Zo'n vijftien jaar geleden introduceerde onderzoeksbureau Motivaction de zeven 'woonbelevingsgroepen' in Nederland. Tot die tijd werden bewoners met name ingedeeld op demografische gegevens: leeftijd, sekse/geslacht, opleiding, inkomen.
Roel Schoemaker van Motivaction: ,,Die data zijn nog steeds heel goed bruikbaar, maar verklaren niet waarom het ene jonge gezin dat twee keer modaal verdient, kiest voor een Vinex-wijk en het andere gezin juist in de stad wil blijven. Ze voldoen aan dezelfde sociaal-demografische kenmerken, maar maken andere keuzes.''
Projectontwikkelaars, gemeenten en stedenbouwkundigen willen graag zicht op die keuzes. Of beter nog: op de motieven erachter. Dat helpt ze bij het inrichten van een nieuwe wijk, of bij het in kaart brengen van woonbehoeften van huidige bewoners. De gemeente Utrecht maakt bijvoorbeeld al jaren gebruik van de woonbelevingsgroepen die gebaseerd zijn op waarden en leefstijlen. Onder andere bij de nog te bouwen wijk Rijnenburg.
Motivaction deed een steekproef en kwam erachter dat met name ‘tolerante socialisers’ en ‘gesettelde idealisten’ interesse hebben in de duurzame woningen van Rijnenburg. Wiely Hilhorst van de gemeente Utrecht: ,,Dat was te verwachten gezien het profiel van deze groepen, maar het is handig de bevestiging te krijgen. Je kunt dan bijvoorbeeld de landschappelijke opzet veel beter maken. Ga je voor veel vrije ruimte tussen de woonbuurtjes of ga je voor meer compact wonen in een groter dorp en daarnaast één groot park? ''
Roel Schoemaker: "Je denkt gewoon bewoner te zijn. Maar intussen word je ingedeeld in de groep 'gehaaste middenklassers' of bij de 'actieve individualisten'.
De woonbelevingsgroepen liggen redelijk vast. Het is niet zo dat je de ene dag een 'huiselijke' bent en de volgende 'gemeenschapsgezind', aldus Schoemaker: ,,Bij gezinsuitbreiding of promotie veranderen woonwensen. Maar iemands waardenoriëntatie wijzigt niet zomaar. Die is vanuit je opvoeding en later vanuit vrienden en opleiding ontstaan. Iemand die tolerant is, blijft dat vaak.''
Toch vinden langzaam verschuivingen plaats in Nederland. De groep 'huiselijken' ziet Schoemaker bijvoorbeeld afnemen. ,,Deze honkvaste, lokaal georiënteerde mensen vergrijzen in een rap tempo.''
Veel woningbouwcorporaties praten voornamelijk met hen. Schoemaker: ,,De huiselijken zijn de mensen die vrijwilligerswerk doen, ze zitten in de buurtcentra, verzorgen plantjes en zijn daardoor een makkelijk aanspreekpunt voor organisaties. Terwijl ze misschien maar 15 procent van een buurt uitmaken.''
Schoemaker benadrukt dat de titels werknamen zijn. Ze zijn niet denigrerend bedoeld. ,,'Gehaaste middenklasser' klinkt bijvoorbeeld niet zo positief, maar we bedoelen de groep mensen die heel druk zijn en chronisch tijdgebrek hebben. Zij zoeken naar een woonomgeving met mensen die zoveel mogelijk hetzelfde zijn. We noemen deze groep 'niet tolerant', maar daarmee bedoelen we dat ze met name geen last willen hebben van anderen.''
Volgens Schoemaker komen woonbelevingsroepen juist door de crisis op de woningmarkt weer meer in beeld. ,,Als woningen als zoete broodjes over de toonbank gaan zijn we roependen in de woestijn, maar nu gaat men toch kritischer kijken naar wat men bouwt; zich meer op de consument richten. We zitten nog steeds met de erfenis van soms kilometers uitstrekkende, alleen op wonen gerichte wijken. Dat gaat goed, zolang mensen dezelfde behoeften hebben en in dezelfde levensfase zitten, maar dat blijft niet zo. De kunst is om zo te bouwen en renoveren, dat verschillende type bewoners zich prettig en veilig voelen. Dat betekent vaak veel kleinschaliger bouwen, denken in buurtjes.''
Ontwikkelaars willen niemand voor het hoofd stoten en bouwen daarom vaak woningen die eigenlijk voor geen enkele doelgroep echt aantrekkelijk zijn, denkt Schoemaker. ,,Pas als je een statement durft te maken, zal je zien dat meer mensen dan de beoogde woonbelevingsgroep op de huizen afkomen.''
Bron: AD door Joelle Poortvliet en Bart Rutten, foto: Angeliek de Jong, 12.11.2011







