Johan de Wittlezing 2010: Het beste dient zich niet vanzelf aan - Debat over jeugd en opvoeders
De jeugd heeft de toekomst. En voor de jongste generatie wenst iedereen het beste. Het aller-beste dient zich echter niet vanzelf aan en vergt dat wij kritisch blijven op onze samenleving, op onszelf en op anderen. De vraag is: in wat voor samenleving groeit de jongste generatie op? Uit diverse onderzoeksbronnen blijkt dat Nederlanders uit alle lagen van de bevolking niet de economische crisis of klimaatsverandering zien als het grootste probleem van nu, maar de verharding van de samenleving. Een hardvochtige samenleving is verre van een gewenste toekomst voor de jongste generatie.
Uit het Mentality-waardenonderzoek van Motivaction blijkt dat veel jongeren anno 2010 vooral op zichzelf en het eigen netwerk gericht zijn, genieten voorop stellen en dat geld, merken en consumeren een overheersende rol spelen in hun leven. Je kunt dus stellen dat zij individualis-tisch, hedonistisch en materialistisch ingesteld zijn. Dat zijn rauwe constateringen, maar weet wel dat jongeren dit ook zeggen over de jongeren die zij zelf kennen. Het is ook niet vreemd als je naar de idolen en symbolen van onze belevings- en consumptiecultuur kijkt. De grenzeloze generatie bekommert zich minder om het leveren van een actieve bijdrage aan de gemeen-schap dan oudere generaties. Jezelf goed voelen staat voorop en is belangrijker dan goed doen voor anderen. Milieu en maatschappelijke betrokkenheid scoren laag onder jongeren en dalen zelfs in belang ten opzichte van hun leeftijdsgenoten van 10 jaar geleden; jongeren van nu verwachten meer van materiële welvaart en hebben een hang naar uiterlijk vertoon. Ze genie-ten een ongekende vrijheid om het eigen geluk na te streven en hebben nooit een maatschappij meegemaakt waarin plichtsbesef, gehoorzaamheid en maatschappelijk idealisme zwaarder wogen dan eigenbelang. Dit is fundamenteel anders dan wat eerdere generaties jongeren hebben meegemaakt. Zo is het hen ook niet voorgedaan, dus waarom zouden ze? Integendeel, het is voor jongeren van groot belang om het leuk te hebben, materieel vooruit te komen, bij-zonder te zijn en zich prettig te voelen. Dat is wat deze tijd van hen vraagt, en je kunt het ze niet kwalijk nemen. Maar enige reflectie op het socialisatieproces aan het begin van de 21ste eeuw is wel op zijn plaats.
De opvoeding en vorming van nieuwe generaties is een complex socialisatieproces. In een samenleving die vraagt om steeds meer assertiviteit, wordt kinderen geleerd om voor zichzelf op te komen zodat ze weerbaar zijn. Tegelijkertijd wil bijna niemand dat de verharding van de samenleving in de toekomst doorzet, sterker nog, dat is voor Nederlanders de grootste zorg. De beste remedie tegen verharding is een nieuw besef van verbondenheid en gezamenlijkheid, een bereidheid om samen te werken, soms een stapje terug of opzij doen, de anonimiteit achter ons laten en de menselijke maat weer centraal te stellen. Door dat allemaal na te laten geven we ruim baan aan de verruwing, een complex van ongemanierdheid, ongeduld, voordringen, schelden in het openbaar, zwerfvuil en gevoelens van onveiligheid. Hulpverleners krijgen steeds vaker te maken met agressie door het publiek. Waar komt dat vandaan? Toeval? Komt het uit de lucht vallen? Is het allemaal schromelijk overdreven? Of is het maatschappelijke klimaat in Nederland geleidelijk aan het veranderen? En los van de oorzaken: de nieuwe trend is een last voor de busconducteurs, ambulancebroeders, leraren en vele anderen die het aan den lijve ondervonden of er 'alleen maar' bang voor zijn. Ontkenning of wegwuiven van deze verharding door deskundigen of autoriteiten is niet verstandig, want boze, bange of gefrustreer-de burgers zijn niet gemakkelijk voor constructieve activiteiten te strikken.
Uit de media van het afgelopen jaar blijkt dat de publiciteit rondom ons boek ''De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders'' veel stof doet opwaaien. Het boek maakt een discussie los. Wij zijn daar blij mee, dat was precies de bedoeling. Motivaction staat er om bekend dat wij vroegtijdig fundamentele ontwikkelingen signaleren op basis van langjarig waar-denonderzoek: Nederland verandert langs nieuwe lijnen. De reacties -van jong tot oud- buitel-den over elkaar heen, met het boek is dus een snaar geraakt. Dat vinden wij interessant, en hoopgevend.
Met de meeste mensen, ouders en jongeren gaat het prima. Dat benadrukken wij in ons boek. Daarnaast geven we veel aandacht aan de schaduwkant. Uit diverse statistieken is bekend dat circa tien procent van de jongeren serieuze problemen heeft. De behoefte aan jeugdzorg stijgt. Veel jongeren krijgen te maken met problemen die niet vanzelf over gaan zoals schulden, overgewicht, schooluitval, alcohol- en drugsmisbruik. Uit ons onderzoek blijkt dat circa veertig procent van de jongeren minder zelfredzaam is en een duidelijke behoefte heeft aan meer structuur en richting. Ook deze grotere potentieel kwetsbare groep verdient het om serieus genomen te worden.
Doorbreken van taboe op debat over de jeugd
De leidende cultuur waarin jongeren opgroeien en de problematische vormen van scheefgroei vragen om een publiek debat, maar dat wordt nauwelijks gevoerd. Waarschijnlijk doordat er een merkwaardig taboe rust op het bespreken of bekritiseren van opvoedkundige prestaties van ouders, en het gedrag en het waardenbesef van jongeren. Dat mogen ouders toch zeker zelf weten?! Ze doen toch hun best en bedoelen het goed? Of wil je soms doordringen tot achter de voordeur? En als er al eens over wordt gepraat, blijft men steken in platitudes, verwijten of een eenzijdige opinie, terwijl er juist behoefte is aan dialoog om zinvolle maatregelen te bedenken en tegenkrachten te mobiliseren.
Wanneer je het over de jeugd hebt, heb je het in zekere zin over de hele samenleving en dus over ons allemaal. Zelfkritiek is in Nederland niet populair, want we hebben het toch prima voor elkaar, we zijn toch zo welvarend en gelukkig? Velen blijven graag uit de buurt van de scha-duwkanten van onze cultuur, we hebben immers al genoeg aan ons hoofd. We willen toch geen beerput opentrekken? Of het gaat ons niet aan, en we wijzen met de vinger naar anderen, relativeren het even, en dan is het debat weer voorbij. Het moet wel leuk blijven. Maar hoe leuk is een elite die zich niet of nauwelijks uitspreekt over de jongste generatie en blijft steken in debatten over de waan van de dag? Hoe leuk zijn politici die zich blindstaren op scoren op de korte termijn? Omwille van de toekomst van de huidige en toekomstige generaties moeten de maatschappelijke en intellectuele voorhoede en de politiek weer richting gaan geven, moreel positie innemen en zich durven uitspreken. En dan zou het zomaar kunnen dat ontevreden burgers weer perspectief zien en zich actiever gaan opstellen.
De jeugd is de spiegel van de tijdgeest
Wat jongeren van belang vinden, hebben zij meegekregen van hun opvoeders, hun opleiders, hun peers en uit de media. Veel van de denk- en gedragspatronen van jongeren zijn een lo-gisch gevolg van de ontwikkeling van onze samenleving in de afgelopen decennia. Onze welva-rende en geïndividualiseerde samenleving kent schaduwkanten die niet altijd in beeld komen en die zelden worden geduid in hun onderlinge samenhang. Uit ons onderzoek blijkt duidelijk welke massieve consequenties die individualisering heeft voor de mentaliteit. Het is van belang om de consequenties goed te doordenken en maatschappelijk onder de aandacht te brengen. Zelfin-genomenheid is een kenmerk geworden van de Nederlandse cultuur. Grote groepen leven in hun eigen, afgesloten wereldje met weinig aandacht voor de medemens die daar wat verder af staat. Identificatie met een groter maatschappelijk verband of project komt veel minder voor dan vroeger. In de afgelopen decennia blijkt een soort vitalisme te zijn opgekomen dat door de vrije moraal veel meer ruimte heeft gekregen dan voorheen, en dat voor sommigen bijna een zinge-vend karakter kreeg. De grotere zelfingenomenheid in combinatie met het vitalisme leidt tot een samenleving waarin assertiviteit sterk wordt gewaardeerd, en misschien ook wel hard nodig is om je staande te houden, je doelen te bereiken en te kunnen concurreren. Ziedaar de verhar-ding optreden. Deze ontwikkelingen zien wij niet per se als negatief, maar het is van belang om kritisch te blijven en stil te staan bij de vraag welke kernwaarden we willen meegeven aan de komende generaties. Opvoeders en samenleving hebben daarop namelijk veel invloed, al is lang niet iedereen zich daarvan bewust en wordt daar erg weinig over gediscussieerd.
Discussie over jeugd en opvoeding is juist nu van belang
Zorgen over de jeugd zijn van alle tijden. Jongeren zoeken nu eenmaal risico's, kunnen minder goed maat houden en ouderen maken zich daarover zorgen. Maar opvoeders die graag jong willen blijven en intellectuele voorhoedes die het debat over jeugd, opvoeding en toekomst niet voeren zijn juist niet van alle tijden. Jongeren hebben tegenwicht nodig van een volwassenen-cultuur. Naar onze overtuiging zijn we het de jeugd verschuldigd om in élk tijdsgewricht dit debat te blijven voeren en een kritische dialoog aan te gaan met jong en oud. Wie dit beseft heeft de belangrijkste principes van het socialisatieproces begrepen.
Op basis van langjarig waardenonderzoek wordt een confronterend profiel zichtbaar van de oriëntaties van jongeren, hun opvoeders en de tijd waarin we leven. Hetzelfde profiel komt in beeld als je jongeren vraagt naar een typering van jongeren uit hun eigen omgeving: geboren netwerkers, een digitale generatie, gericht op uiterlijk, kicks en merken, niet spaarzaam en niet vanzelfsprekend milieubewust. Veel van deze zaken horen bij jong zijn. Zolang je je daarvan als opvoeder of onderwijzer bewust bent is er weinig aan de hand, want dan weet je wat er nog tot wasdom moet komen, of soms afgeremd moet worden. Boeiend is dat jongeren anno nu meer dan tien jaar geleden op zoek zijn naar richting, dat het milieubewustzijn af is genomen, evenals het maatschappijkritisch ingestelde segment onder jongeren. Dan is het niet vreemd dat een omroep als Llink het niet redt, dat studierichtingen die geen uitzicht bieden op een flink salaris minder in trek zijn. En dat de arbeidsmarktproblematiek op het gebied van zorg en onderwijs -het lerarentekort én het tekort aan zorgpersoneel, sectoren waar idealen en immateriële waar-den centraal staan- zeer fundamenteel van aard is. Wat voor samenleving willen we achterlaten voor nieuwe generaties? Hoe organiseren we dat collectieve verworvenheden duurzaam veran-kerd blijven voor de toekomst?
Het beste dient zich niet vanzelf aan
Uit veel reacties op ons boek, van zowel jongeren en oudere generaties, wordt duidelijk dat we als samenleving 'om onze jeugd heen' willen staan, onze jeugd steunen. En zo hoort het ook. Zoals in elk debat zijn de meningen verdeeld over hoe we dat het best kunnen doen. Dat vraagt om een scherpe analyse. Ons inziens is het nodig dat de intellectuele voorhoede, opvoeders en bestuurders weer meer verantwoordelijkheid gaan nemen voor de groep jongeren die niet vanzelfsprekend zelfredzaam is. Daar is nog een wereld te winnen. Velen maken zich er in onze ogen te gemakkelijk vanaf door te stellen dat het wel goed komt, en dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Met de mantel der liefde kun je veel bedekken. Dit zien wij echter anders. We geven drie voorbeelden. Steeds meer jongeren zijn al voordat ze volwassen zijn chronisch ziek voor de rest van hun leven: een groeiend percentage heeft (onder meer volgens de Jeugdmoni-tor) te maken met obesitas, beweegt te weinig en eet ongezond. Steeds meer scholieren maken schulden en krijgen een gebrekkige financiële opvoeding (blijkens Nibud-onderzoek). En van tandartsen horen we dat de gebitten van kinderen sinds lange tijd van vooruitgang weer achter-uitgaan door gebrekkig poetsen. Dat gaat niet zomaar over. Ons verbaast het zeer dat de intellectuele voorhoede hier geen publiek debat over aangaat, of stelling neemt. Gaan die problemen over een ander Nederland dan waarin zij zelf leven of verantwoordelijkheid voor nemen? Wij vermoeden van wel, maar hopen op het tegendeel. Laten we leren van de integra-tiediscussie: is discussiëren over jeugd en opvoeden het nieuwe taboe? Naar onze mening is de opvoeding, vorming en ontwikkeling van de jongste generatie en de overdracht van kern-waarden in de toekomst geen onderwerp dat zich vanuit een ivoren toren laat becommentarië-ren of onderzoeken. Het is evenmin een onderwerp dat we kunnen overlaten aan de vormende ambities van commercie en reclame, met als zwak excuus dat we beter afzijdig en waardenvrij kunnen blijven.
Voorkom de groeiende tweedeling tussen jongeren
Uit ons onderzoek blijkt overduidelijk dat er in de jongste generatie sprake is van een tweede-ling tussen de zelfredzamen (pragmatici) en de buitenstaanders - deze burgerschapsstijlen blijken bij elkaar opgeteld goed voor een overgrote meerderheid. De plichtsgetrouwen nemen al decennialang in omvang af en nu blijkt dat ook te gelden voor de verantwoordelijken. Wat betekent deze ontwikkeling? Een prominente tweedeling tussen assertief en minder zelfred-zaam. Omdat deze ontwikkeling de sociale cohesie in de weg staat, en omdat er langs die weg een samenleving ontstaat van kansrijken en kansarmen, zal dit het totale welzijn in Nederland negatief beïnvloeden. Er is een fundamentele aanpak nodig om deze ontwikkeling te keren. Enerzijds is er een grote groep jongeren (tweeënveertig procent) die zich laat karakteriseren als pragmatisch, zelfredzaam en assertief. Deze groep belichaamt veel van de doorgaans als positief beschouwde connotaties van grenzeloosheid. Grenzen dienen te worden verlegd, we leven in een 24-uurs economie, the sky is the limit. Jongeren in deze groep zien het glas door-gaans als half vol, ze plukken de vruchten van de globalisering, ze zijn reislustig en informatie-vaardig en ze hebben zichzelf opgewerkt of weten in ieder geval hoe ze dat moeten doen. Ze geloven in eigen kunnen en zijn daarvoor ook opgeleid. Zij komen er wel, wordt vaak gezegd. Tegelijkertijd laat deze groep trekken zien die voorheen weinig aandacht kregen. Narcisme en uiterlijke gerichtheid zijn sterk aanwezig, en dat geldt ook voor de acceptatie van geweld en een sterkere waardering voor hiërarchie. Misschien zijn dit zaken die nodig zijn om jezelf in de huidige tijd staande te kunnen houden. Zonder een scheut narcisme en overmoed kom je misschien ook minder ver in een competitieve wereld. Assertiviteit wordt vaak gezien als een positieve eigenschap, maar het gaat soms ook ten koste van anderen. Assertieve mensen hebben meestal weinig empathie of inlevingsvermogen en dat maakt de samenleving voor de ander - en op den duur ook voor henzelf - hard en confronterend. Zij eisen vaak respect zon-der respect te tonen voor anderen. Je moet anderen natuurlijk niet over je heen laten lopen, of misbruik van je laten maken, maar extreem assertieve jongeren schuwen het gebruik van drang of dreiging niet om zaken gedaan te krijgen die zij anders niet voor elkaar kunnen krijgen. Vaak is dit een uiting van een gebrekkige zelfbeheersing en sterke egogerichtheid. De waardering voor hiërarchie en de roep om een sterke man illustreren het ongeduld en de onvrede met het democratische proces. Wanneer deugden als zelfbeheersing en empathie niet meer nadrukke-lijk worden doorgegeven of vervagen, wordt het recht van de sterkste in de samenleving steeds belangrijker.
Anderzijds is er een bijna even grote groep (eenenveertig procent) jongeren die zich laat karak-teriseren als buitenstaander. Deze groep heeft minder respect voor mensen op hoge posities, is minder betrokken bij politiek en milieu, minder informatievaardig en heeft een sterke behoefte aan orde en regelmaat. Juist deze groep heeft een impulsiever koopgedrag en doet minder moeite om in vorm te blijven. Door deze attitude is er meer kans om schulden te maken en obesitas te krijgen dan bij de andere, meer zelfredzame groep. Ook hecht deze groep veel minder aan regels voor omgangsvormen. Bij deze, gemiddeld lager opgeleide groep is het glas dikwijls half leeg en manifesteren de negatieve aspecten van grenzeloosheid zich vaker. De grenzeloosheid van de tijdgeest en van hun opvoeders speelt deze groep parten. Juist zij hebben behoefte aan duiding, leiding, regelmaat en orde. En daar vragen ze ook om. Hoe vind je de weg in de complexe maatschappij? Wie helpt je daarbij? Onze samenleving bood deze groep buitenstaanders in de afgelopen decennia steeds minder structuur, overzicht en bezie-ling. Er is geen intellectuele elite of voorhoede meer die zich wezenlijk bekommert om hen als groep of hen aansluiting biedt. Er is geen schoolsysteem waarin bezieling en moraliteit de boventoon voeren. De ambachtsschool bestaat niet meer, maar er wordt weer geëxperimen-teerd met nieuwe varianten daarvan. Op het politieke terrein is sprake van grotere volatiliteit en instabiliteit. Gezinnen vallen vaker uiteen, en scheiden doet scheiden. Het succesvol aangaan en onderhouden van een relatie is voor velen misschien wel het belangrijkste voorbeeld van hoe je iets kunt laten groeien. Hier ligt een enorme behoefte aan verbinding, die symbool staat voor hoe je in een samenleving zou kunnen opereren en groeien. Deze groep droomt van een gelukkig gezinsleven, maar dan wel met duidelijke sekserollen. Bijna de helft van de groep buitenstaanders is van mening dat de rol van de vrouw de rol is van goede moeder en echtge-note en ruim een derde van hen vindt dat de vader de baas in huis behoort te zijn - en dat is meer dan bij andere groepen. De opleving van deze meningen in de afgelopen tien jaar is tekenend voor de enorme behoefte aan structuur en overzicht die op velerlei terreinen in de samenleving gevraagd en gewenst is. Het bieden van zinvolle structuur en overzicht aan deze groep is de uitdaging van deze tijd voor opvoeders, onderwijzers, werkgevers, elites en be-stuurders. Anders dreigt de emancipatie van de afgelopen decennia om te slaan in het tegen-deel. Wanneer we er niet in slagen om te voorzien in de behoefte aan richting en structuur die nodig is om de tweedeling te keren zal, nog sterker dan nu al het geval is, een vlucht ontstaan naar witte scholen, naar maatschappelijk en ook etnisch gesegregeerde wijken, sportclubs, werk- en vrijetijdsbesteding. De assertieve groep blinkt zeker niet uit in solidariteit met andere groepen, en de groep buitenstaanders voelt zich vaak tekortgedaan. Daardoor verergert de tweedeling die bijna niemand wil. Iedere burger heeft de verantwoordelijkheid om niet alleen te kiezen voor wat het beste is voor hem- of haarzelf en eventuele kinderen, maar ook voor ande-ren en de samenleving. Makkelijker gezegd dan gedaan, immers 'het hemd is nader dan de rok'. Als er weinig plichtsgetrouwen en verantwoordelijken zijn, gaat dat ten koste van de socia-le samenhang en het normbesef. Wij denken niet dat we ons hierbij moeten neerleggen. Hier zal een serie van initiatieven moeten worden genomen door burgers, bedrijven en overheid. Iedere Nederlander kan en behoort hieraan een bijdrage te leveren. Met regelgeving, voorlich-ting of subsidiëring komen wij er niet. Het is goed om achterstandswijken te verbeteren, maar dit traject betreft de jongste generatie in haar volle breedte en begint bij de vroege opvoeding en in het basisonderwijs.
Wij slagen er niet meer in om het individuele met het collectieve te verbinden, we zijn het collec-tief denken verleerd. Waarom staat in ons onderwijs de individuele ontplooiing meer centraal dan de collectieve vorming in waarden die de bevolking van groot belang vindt, zoals een vriendelijke omgang met elkaar en het zorg dragen voor de kwaliteit van de leefomgeving? Individuele ontwikkeling kan prima hand in hand gaan met meer oog voor collectiviteit, samen-leven en teamwork. Collectiviteit kan eenvoudig worden gevonden en opgeroepen, maar er moet wel iemand de verantwoordelijkheid nemen om dat ook daadwerkelijk te doen. Een inwij-dingsritueel schept voor kind en ouders een enorme band, zij weten daardoor veel beter waar zij aan toe zijn. Ook een schoolkamp kan in een dergelijke behoefte voorzien. Periodieke ritue-len bieden duidelijkheid, ook als je het er niet voor honderd procent mee eens bent. Een schooluniform, velen lachen erom. Maar een uniform bevordert wel het idee dat je op school bent om je karakter te tonen, om er te leren en te spelen en niet om de mooiste gympen of merkkleding te showen. Aandacht voor zingeving, filosofie, religie en levensbeschouwing biedt jongeren een groter kader en brengt hen in aanraking met andere perspectieven in hun identi-teitsontwikkeling dan alleen het streven naar individualiteit en materiële vooruitgang.
Wij komen tot een afsluiting
De tijd waarin wij leven vraagt om zelfsturing en zelfredzaamheid. Veel ouders en jongeren hebben daar moeite mee. Een grote groep jongeren vraagt om richting, duidelijkheid en gren-zen. En dat geldt niet alleen voor jongeren, maar komt ook tot uiting in het stemgedrag van grote groepen Nederlanders. De herintroductie van de ambachtsschool is niet voor niets een succes, waar leerlingen, ouders en leerkrachten blij mee zijn. Nederland ontwikkelt zich langs nieuwe lijnen, de buffer van sociaal vertrouwen is danig geslonken met het gestaag afnemen van de plichtsgetrouwe groepen in de afgelopen decennia. Mede door de afname van die buffer ontstaat er in toenemende mate een ongewenste tweedeling in de samenleving. Met hernieuw-de aandacht voor de minder zelfredzame groepen komen we sterker uit de strijd, en is er een inspirerend perspectief voor de jongste en oudere generaties waarin idealen een sleutelrol spelen. Verantwoordelijke burgers, werkgevers, het onderwijs en de intellectuele voorhoede dienen hierin naar onze overtuiging een actieve rol te spelen. Wij vinden het belangrijk stelling te nemen en het bijbehorende debat te voeren - en we weten dat het nog lang niet over is!
Door: Frits Spangenberg en Martijn Lampert, auteurs van De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders. Amsterdam, uitgeverij Nieuw Amsterdam. 14 oktober 2010, Stichting Dordtse Academie, Augustijnenkerk, Dordrecht







