Nieuwe Nederlanders. Goede betaalmoraal, maar vaker in problemen door laag inkomen.
Nieuwe Nederlanders. Goede betaalmoraal, maar vaker in problemen door laag inkomen.
Het onderzoeksbureau Motivaction onderzoekt elk jaar in opdracht van GGN het betalingsgedrag van consumenten in Nederland. De informatie die 'Zo betaalt Nederland' sinds 2003 oplevert, draagt bij aan het inzicht in de betalingsproblematiek waarmee steeds meer organisaties te maken krijgen. In 2008 is het onderzoek specifiek gericht op het thema betaalgedrag en betaalmoraal van nieuwe Nederlanders. De groeiende diversiteit van de Nederlandse bevolking is ook merkbaar in de praktijk van de GGN-kantoren, maar de kennis over het betaalgedrag van deze consumenten is gering.
Nieuwe Nederlanders zijn al lang geen minderheid meer: 1,6 miljoen Nederlanders hebben een niet-westerse herkomst. Dit aantal zal alleen maar groeien. In sommige grote steden ligt de verhouding tussen autochtonen en allochtonen nu al op fiftyfifty. Deze groep vormt een afzetmarkt van betekenis, waar betaalgedrag een behoorlijke (economische) invloed heeft. Voor GGN is dat een valide aanleiding geweest om voor het eerst het betaalgedrag en de betaalmoraal van de nieuwe Nederlanders in kaart te laten brengen door het onderzoeksbureau Motivaction.
Motivaction heeft het onderzoek uitgevoerd onder de grootste doelgroepen: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Wat is het betaalgedrag van nieuwe Nederlanders? Zijn er binnen deze groepen verschillen? Tot welk betaalprofiel behoren zij?
Zijn er wezenlijk verschillen in het betaalgedrag van nieuwe en autochtone Nederlanders?
Geldgebrek
De helft van de nieuwe Nederlanders betaalt rekeningen op tijd. Net als bij de autochtone Nederlanders worden de rekeningen voor huur/hypotheek, zorgverzekering en energie vrijwel altijd op tijd betaald. Als ze betalingen uitstellen dan is dat in de eerste plaats de premie voor de zorgverzekering. Daarna volgen mobiele telefoon, huur of hypotheek, energie en vaste telefoon. Autochtone Nederlanders betalen vooral abonnementen en contributies te laat. De meeste incassozaken van nieuwe Nederlanders hebben betrekking op telefoonrekeningen, huur, medische kosten en energie. Geldgebrek is de belangrijkste reden om niet te betalen. Bij autochtone Nederlanders is vaak sprake van nonchalance. De gemiddelde betalingsachterstand bedraagt e1040,-. Dat is relatief hoog doordat een klein aantal mensen een grote achterstand heeft. Uit het onderzoek blijkt dat een groot deel van de nieuwe Nederlanders op tijd betalen belangrijk vindt en zich schaamt als dat onverhoopt te laat gebeurt. Die opvatting sluit niet aan op het daadwerkelijke betaalgedrag en de omvang van de betaalproblemen.
"De moraal is goed", constateert Ahmed Ait Moha, researchmanager bij Motivaction. "Nee, nieuwe Nederlanders leven niet op te grote voet. Zij maken in verhouding tot hun lage inkomen vaak veel kosten, omdat de gezinnen groter zijn. Zij voelen ook een sterke morele verplichting om ouders of familieleden in het thuisland financieel te ondersteunen. Het jaarlijkse bezoek aan de familie zien zij niet als een vakantie waarop je kunt bezuinigen, maar als een verplichting waaraan zij zich niet kunnen onttrekken. Die familieband verklaart ook waarom nieuwe Nederlanders veel meer telefoonkosten maken dan autochtone Nederlanders. Zij hebben de plicht om contact te houden. Die weegt zwaarder dan de financiele consequenties."
Nieuwe Nederlanders komen vaker in financiele problemen. Zij komen twee keer zo vaak met een incassobureau in aanraking als autochtone Nederlanders. Zij lenen ook vaker bij de bank, in de vorm van afbetaling, of door te lenen van familie. Dat laatste gebeurt drie keer zo vaak als bij autochtone Nederlanders. De verklaring is de sterke familieband en het lage inkomen waardoor zij niet bij een bank kunnen aankloppen. Nieuwe Nederlanders maken heel weinig gebruik van internet als betaalkanaal. De reden is het hoge percentage analfabeten en digibeten onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders.
Basale kennis
Voor Ahmed Ait Moha zijn het lage inkomen en de bijzondere verplichtingen de belangrijkste verklaringen voor het betaalgedrag van nieuwe Nederlanders. Hij constateert ook een gebrek aan basale kennis over de consequenties van het financiele handelen. "Wat gebeurt er als je geld leent of op afbetaling koopt en je kunt de verplichtingen niet nakomen? Het ontbreekt aan goede voorlichting over incasso en de formele procedures die daarop volgen. Bij welke instanties kun je terecht voor hulp bij financiele problemen? Mensen verweren zich niet tegen vorderingen, omdat ze niet weten dat het kan en hoe het moet. Ik denk dat het ook geldt voor veel allochtone Nederlanders. Goede voorlichting wil ook zeggen in de taal van de doelgroep. Je kunt je op het standpunt stellen dat je daarmee de integratie niet bevordert. Maar uit onderzoek blijkt dat voorlichtingsmateriaal in het Nederlands niet of nauwelijks wordt gelezen door nieuwe Nederlanders. Met een uitgave in de eigen taal of door het visualiseren met personen uit de eigen gemeenschap bereik je in ieder geval een veel hogere attentiewaarde".
Motivaction heeft op basis van het onderzoek 'Zo betaalt Nederland' het betaalgedrag getypeerd aan de hand van het Mentalitymodel. Uitgangspunt is de waardenorientatie, de manier waarop individuen in het leven staan. Zo is in het betaalgedrag onderscheid gemaakt naar nonchalanten, risicomijders en spenders.
Betaalgedrag in vijf varianten
Voor nieuwe Nederlanders is het zogenaamde EtnoMentality ontwikkeld. De drie betaaltypen die Motivaction onderscheidt:
Risicomijders:
hechten veel waarde aan financiele zekerheid en spaarzaamheid. Zij hebben een strakke betalingsdiscipline en zijn zuinig ingesteld.
Spenders:
zij zijn materialistisch ingesteld en hebben de consumptiemaatschappij omarmd. Spenders hebben het grootste gat in de hand. Zij geven al gauw meer geld uit dan zij binnen krijgen.
Nonchalanten:
deze groep is met heel andere dingen bezig dan geldzaken en rekeningen betalen. Te laat betalen is schering en inslag. Niet door gebrek aan geld, maar door slordigheid en het veronachtzamen van betaaltermijnen.
Voor nieuwe Nederlanders maakt Motivaction het volgende onderscheid:
Behoudende arbeidsgerichten:
deze groep is gedreven door materialisme, arbeid, consumptie en verwerven van status. Zij zijn sterk gericht op traditie, gezin en religie. Zij vinden het leuk om geld uit te geven, vooral aan nieuwe producten. Dit milieu kan goed rondkomen met het inkomen. Betaalt rekeningen wel eens te laat. Wijkt niet af van het gemiddelde voor rood staan en betalingsproblemen. De administratie is goed op orde. Heeft minder te maken met aanmaningen en incassobureaus. Vinden hun weg naar bedrijven als er iets fout is met facturen. Turken behoren meer dan gemiddeld tot dit milieu. Surinamers minder. Het heeft een oververtegenwoordiging van 18-30-jarigen. Het zijn nonchalante betalers.
Statusgerichte carrieremakers:
een groep die sterk gericht is op presteren en genieten van de materialistische dingen van het leven. Balanceren tussen plichtsgetrouwheid en onafhankelijkheid. Familie is niet het belangrijkste, maar wordt niet uit het oog verloren. Centraal staan presteren, carriere maken en een hogere inkomensklasse bereiken. Kan goed rondkomen met het huidige inkomen. Heeft niet meer dan gemiddelde betalingsproblemen. Staat positief tegenover bedrijven. Weten die goed te vinden voor vragen of opmerkingen over rekeningen en aanmaningen. Heeft weinig moeite met ingewikkelde facturen. Is voorstander van strenge en duidelijke aanmaningen. Heeft van alle groepen de grootste voorkeur voor facturen per mail. Tot dit milieu behoren iets meer Surinamers dan Turken. En meer middelbaar en hoogopgeleiden met gemiddeld ook hogere inkomens. Het zijn nonchalante betalers.
Religieuze familiegerichten:
een groep die hecht aan traditionele waardepatronen. Gezin, familie en het geloof staan op de eerste plaats. Krijgt aanzien van anderen door de intensieve geloofsbelijdenis. Verdieping van religie is een belangrijke vorm van ontplooiing. Hecht vrijwel geen waarde aan materialisme. Heeft de afgelopen jaren meer dan andere groepen te maken gehad met inkomensdaling. Verwacht in de toekomst een verdere daling. Heeft vaker betalingsproblemen. Kan maar net rondkomen met het huidige inkomen. Houdt minder geld over om te sparen. Betaalt daardoor noodgedwongen rekeningen wel eens te laat. Is meer dan gemiddeld goed op de hoogte van de financiele situatie. Schaamt zich voor het eigen betaalgedrag. De moraal is goed, maar het inkomen ontoereikend. Tot dit milieu behoren meer Marokkanen en Turken en minder Surinamers en Antillianen. Het heeft gemiddeld een oudere leeftijd en telt meer lagere inkomens en lager opgeleiden. Het zijn overwegend risicomijders.
Moderne statuszoekers:
deze nieuwe Nederlanders worden gedreven door materiele en consumptieve waarden. Voelen zich niet gebonden aan wat zou moeten volgens familie of geloof. Willen zoveel mogelijk kunnen doen en laten waar zij zin in hebben. Streeft in het werk vooral naar zekerheid en regelmaat. Minder behoefte aan zelfontplooiing. Kan meer dan gemiddeld niet rondkomen met het huidige inkomen. Komt elke maand geld tekort. Spaart minder. Heeft vaak grote betalingsproblemen. Verwacht die ook voor de komende jaren. Maakt het meest gebruik van financieringsmogelijkheden (lenen, afbetalen). Is het minst te spreken over incasso. Vindt dat bedrijven niet duidelijk communiceren over facturen en aanmaningen. Ervaart facturen als onduidelijk. Vindt aanmaningen en herinneringen het meest niet terecht. Vindt niet zo makkelijk de weg naar bedrijven met hun vragen en opmerkingen. Legt de oorzaak voor geldproblemen enigszins bij zichzelf. Kan niet goed omgaan met geld. Dit milieu is vrij gemiddeld verdeeld over nieuwe Nederlanders, met iets meer Turken en Antillianen. Het zijn spenders.
Ambitieuze zelfontplooiers:
deze categorie staat zelfstandig en onafhankelijk in het leven. Wil zichzelf ontplooien. Hecht veel waarde aan leven volgens eigen principes en wil daarbij niet gedwarsboomd worden door familie en religie. Is minder gericht op uiterlijkheden en materialisme. Heeft de afgelopen twee jaar het vaakst een inkomensstijging doorgemaakt. Maakt gemiddeld gebruik van financieringsmogelijkheden. Heeft minder dan gemiddeld betalingsproblemen. Heeft goed zicht op de uitgaven en de financiele situatie. Betaalt rekeningen tijdig. Komt minder dan gemiddeld in het incassotraject terecht. Weet bedrijven goed te vinden met vragen en opmerkingen. Vindt dat bedrijven rekeningen tijdig versturen. Is de meest zorgeloze groep. Openstaande rekeningen veroorzaken geen slapeloze nachten. Hebben weinig invloed op het humeur. Heeft geen moeite met het openen van enveloppen met rekeningen of aanmaningen. Bedrijven zouden niet zo moeilijk moeten doen als een keer niet op tijd wordt betaald. Stoppen rekeningen vaker dan gemiddeld bij het oud papier. Kan toch goed met geld omgaan. Dit milieu telt meer Surinamers en Marokkanen en minder Turken. Er behoren meer vrouwen dan mannen tot dit milieu. Het is gemiddeld hoger opgeleid. De leeftijd 30 tot 50 jaar is vaker vertegenwoordigd.
Communicatie met nieuwe Nederlanders
De waardenorientatie en leefstijlsegmenten maken duidelijk dat je niet kunt spreken van de allochtoon, Turk of Marokkaan. Deze groep is divers in haar samenstelling en betaalgedrag. Net als de autochtonen kunnen zij worden ingedeeld naar betaalprofielen. In het incassotraject, maar ook in het voortraject sluiten zij aan bij de waardenorientatie van deze groepen. Een spender moet op een andere manier worden benaderd dan een nonchalante betaler.
Nieuwe Nederlanders zijn vaker niet bekend met incassoprocedures en de hulpverlenende instanties. Zij hebben vaker te maken met taalproblemen bij de communicatie.
Zij hebben relatief lagere inkomens en lenen vaker onderhands bij familie en vrienden. Met deze specifieke kenmerken moet rekening worden gehouden bij de communicatie en het beinvloeden van het gedrag van nieuwe Nederlanders. Als je hiermee rekening houdt - aldus Ahemd Ait Moha - kom je echt bij deze groep 'binnen' en kun je ze bereiken. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn alternatieve communicatiemogelijkheden in te zetten. Bijvoorbeeld de eerste herinnering op een cassettebandje in te spreken in de taal van de debiteur als hij het Nederlands niet zo goed beheerst. Op die manier zou je ook de procedure kunnen uitleggen.
Bron: CreditMind, relatiemagazine GGN, februari 2009
Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Ahmed Ait Moha, senior researchmanager Motivaction







