Ruim baan voor de jonge stedeling
Ruim baan voor de jonge stedeling
Ontwerpwedstrijd Bouwfonds MAB in teken van jonge woningzoekende
De jonge stedeling is onmiskenbaar van groot belang voor de stad. Hij geeft de stad nieuwe impulsen, energie, zorgt voor eigenzinnigheid en houdt de economische motor mede draaiende. Maar hoe bindt je de jongeling aan je stad als niet aan een van de basisvoorwaarden kan worden voldaan, namelijk die van goede woonruimte? Geschikte, betaalbare woonruimte is in veel steden immers schaars. Reden voor ontwikkelaar Bouwfonds MAB om zijn vierde editie van de Ontwerpprijsvraag onder de noemer: 'Smart Smart, wonen voor de jonge stedeling', geheel te wijden aan dit nijpende probleem.
Maar liefst 59 ontwerpteams voelden zich aangespoord door de opdracht van Bouwfonds MAB Ontwikkeling een concept te ontwikkelen over hoe de jonge stedeling wil wonen. Hoe ziet zijn ideale woning eruit, zijn ideale leefomgeving, welke voorzieningen zijn belangrijk? En wat zijn de factoren die bij een keuze voor een woning het verschil uitmaken?
De teams bestonden uit minimaal drie personen volgens de formule 'meester en gezellen'. Naast jonge ontwerpers (tot en met 35 jaar) moest ieder team ook een persoon bevatten met ruime ervaring in de beroepspraktijk. De prijsvraaglocatie lag in Den Haag, een gemeente die zelf op zoek is naar een manier de jonge stedeling aan zich te binden en die hiervoor het Leyweggebied in Morgenstond (Zuidwest) beschikbaar stelde. De jury, onder leiding van Jeltje van Nieuwenhoven, koos drie teams die deel mochten nemen aan de tweede ronde. De gemeente Den Haag stelde hiervoor de Eurocinemakavel als studielocatie ter beschikking. De vervolgopgave betrof een woningbouwontwerp waarbij aandacht werd besteed aan de uitstraling van zowel woning als omgeving. Bovendien moesten de teams komen tot een marktgericht ontwerp dat gewild, doelmatig, efficient en betaalbaar is. Eind maart hielden het Nirov en Bouwfonds MAB in het Haagse Museum voor Communicatie een congres waar niet alleen de prijswinnaar bekend werd gemaakt, maar waar ook drie korte discussies plaatsvonden op basis van de ontwerpen, tussen de genomineerde teams en corporaties, makelaars, bestuurders, onderzoekers en architecten. Hieronder een impressie die aangeeft hoe veelzijdig het probleem van wonen voor de jonge stedeling wordt benaderd, en welke associaties dat zoal oproept. De inzet beschrijft de drie genomineerde ontwerpen.
Branding en beleid
De eerste discussie ging, in relatie tot het genomineerde ontwerp YUM, over de herkenbaarheid en invloed van de jonge stedeling op de stad. Friso de Zeeuw (directeur Nieuwe Markten Bouwfonds MAB), Marnix Norder (wethouder Den Haag), Asje van Dijk (gedeputeerde Zuid-Holland] en het YUM-team bogen zich over de vraag wat jonge stedelingen voor de stad betekenen en hoe je ze vervolgens aantrekt. Norder: "Jongeren zijn van groot belang voor de stad. Net als Amsterdam en Groningen moet ook Den Haag een bekende studentenstad worden. Ze brengen levendigheid en nieuwe ideeen met zich mee. Maar jongeren zijn niet de enige belangrijke groep. Ook middengroepen zijn van vitaal belang voor onze stad."
Van Dijk: "De groep van circa twintig tot dertig jaar moet je naar de stad zien te halen, en ervoor zorgen dat ze er ook blijven. Voor deze eerste starters moet je specifieke milieus creeren. Als ze boven de dertig zijn hebben ze al een veel beter bestedingspatroon, en kopen ze vaak een huis met een tuin."De Zeeuw: "We moeten ook dynamische woonmilieus scheppen voor jongeren die niet vallen onder de 'creatieve klasse'. Die groep werd in eerste instantie automatisch doorgeschoven naar de groeikernen, zeker in Amsterdam."
Het YUM-team: "Elke stad heeft iets karakteristieks. Een jonge stedeling is weliswaar moeilijk te sturen, maar buit het karakteristieke van een stad uit. Jongeren zijn bovendien heel merkbewust. Maar zo wordt nooit over woningen nagedacht. Een VUM is het nieuwe beeldmerk van de jonge stedeling."
De Zeeuw: "Branding van steden moet je ook weer niet overdrijven. Apeldoorn is de stad met de grootste dichtheid aan fietstassen in Nederland, hoe moet je zo'n stad branden? Belangrijker vind ik de samenwerking binnen stedelijke agglomeraties om zo de woningvraag op te vangen. Ik doe bovendien een pleidooi voor het alledaagse: veel jongeren willen 'gewoon' wonen, in een huis met tuin."
Architectonisch ontwerp
De tweede discussie spitste zich toe op de vraag hoe het architectonisch ontwerp kan bijdragen aan het aantrekken van de jonge stedeling. Het IN/OP-team kruiste de degens hierover met Henk van Zandvoort (directievoorzitter Bouwfonds MAB), Anke Bodewes (Anke Bodewes Makelaardij) en Leon Bobbe (directeur woningcorporatie Dudok Wonen).
Van Zandvoort stak van wal door te zeggen dat we in Nederland wellicht te verwend zijn. "Starterswoningen zijn in Duitsland en Frankrijk veel kleiner. Voor jongeren is de plek belangrijker dan het aantal vierkante meters. Maar het probleem is dat de politiek de jongeren niet als interessante doelgroep voor de woningmarkt ziet."
Voor jongeren is de plek belangrijker dan het aantal vierkante meters.
Het IN/OP-team: "Den Haag Zuidwest is een herstructureringswijk. Om daar jongeren te huisvesten zul je meerwaarde moeien creeren. In de binnenstad zullen ze eerder genoegen nemen met een kleiner oppervlak."
Bobbe: "Ik pleit ook voor flexibiliteit aan de binnenkant van woningen. Iemand die in de Westelijke Tuinsteden woont, moet zijn woning kunnen uitbreiden als zijn buurman verhuist. Maar we doen daar in Nederland zo krampachtig over."
Van Zandvoort: "Je woning in de breedte en diepte kunnen vergroten lijkt me een pluspunt. Het belang van de architectuur vind ik echter betrekkelijk. Zo lang het uiterlijk maar niet verveelt. Een wijk als Morgenstond is misschien beter te slopen."
De Zeeuw liet zich evenmin onbetuigd. "Ik zou niet direct gaan slopen. Ja, in Delfzijl wellicht. Maar kijk naar de Pijp: leuk en aantrekkelijk voor jongeren, juist door de afwezigheid van beleid. De wijk kent een hoge mate van particulier eigendom. De kunst van hel loslaten zou op meer plekken beoefend mogen worden."
Bodewes: "Vragen aan woningzoekenden wat ze willen is nog hoogst ongebruikelijk. Laten jongeren zelf bepalen wat ze in een herstructureringswijk willen gaan doen."
Herovering jeugdbuurt
De laatste discussie stond in het teken van de naoorlogse wijk. De overmaat aan ruimte in de naoorlogse stad en de herstructurering van de woningvoorraad kan benut worden om de gewenste unieke plekken te genereren. Herstructurering van naoorlogse wijken is een van de bouwopgaven van de laatste rijd; hoe kan de jonge stedeling bijdragen aan opwaardering van deze uitbreidingswijken?
De paneldiscussie voltrok zich tussen Smartlab en Henk van Schagen (Van Schagen Architekten), Jacques Thielen (directeur Far West) en Roel Schoemaker (account directeur Motivaction) en bleek vooral uit te monden in een gesprek over de kwaliteit van de herstructureringswijken. Van Schagen; "Den Haag Zuidwest heeft geheel eigen kwaliteiten, die je in de binnensteden en Vinex-wijken niet zult aantreffen. Maar het bewustzijn van die kwaliteit moet nog groeien."
Het Smartlab -team: "De naoorlogse wijken worden gekenmerkt door een goede stedenbouwkundige structuur. Maar je moet niet overal hetzelfde type woning neerzetten."
Een groot deel van de Westelijke Tuinsteden wordt bevolkt door jongeren die hier ook graag willen blijven.
Thielen: "In de Westelijke Tuinsteden zullen we van de 40.000 woningen circa eenderde moeten slopen. Maar de rest heeft een onmiskenbare stedenbouwkundige kwaliteit. We zullen deze moeten leren herwaarderen. Een groot deel van de Westelijke Tuinsteden wordt bevolkt door jongeren die hier ook graag willen blijven. Een probleem is echter dat dit gebied geen connectie kent met de binnenstad."
Schoemaker: "Je moet als jonge stedeling makkelijk kunnen hoppen tussen het centrum en je woonwijk. Een ideale situatie ontstaat als jonge stedelingen snel kunnen schakelen tussen de geborgenheid van de eigen directe omgeving en de dynamiek van de stad."
"Je moet als jonge stedeling makkelijk kunnen hoppen tussen het centrum en je woonwijk.
Thielen: "De grootschaligheid van de Tuinsteden zorgt ervoor dat mensen, en dus ook jongeren, zich nergens mee kunnen identificeren."
Van Schagen: "De repetitie is juist een grote kwaliteit. Het gaat om de voorzieningen die een wijk heeft, die zijn van groot belang voor jongeren."
Bron: Building Business mei, 2006





