Stop maar met burgerparticipatie
Stop maar met burgerparticipatie
Jongeren van nu willen sterke leiders die duidelijke keuzes bieden, zo blijkt uit grootschalig meerjarig onderzoek. Maar politiek en samenleving zijn daar totaal niet op afgestemd. Onderzoeker Martijn Lampert onderwerpt de tijdgeest aan een diagnose.
Je zou het 'de burger 2.0' kunnen noemen, het onderwerp waar Martijn Lampert samen met Frits Spangenberg (onderzoeker en oprichter) van bureau Motivaction onderzoek naar deed. Motivaction doet sinds vijfentwintig jaar diepgravend onderzoek naar trends in de samenleving en werkt onder andere samen met ministeries en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Lampert en Spangenberg analyseerden de data van ruim tien jaar onderzoek naar waarden en leefstijlen van verschillende generaties. Ze ontdekten een fundamentele tegenstelling tussen de generatie tot 37 jaar en hun voorgangers, die de samenleving hebben gemaakt tot wat ze nu is. Hun bevindingen, die op 30 november in boekvorm verschijnen, mogen alarmerend worden genoemd voor politici en bestuurders. 'Er is een mismatch tussen wat de jongste generatie belangrijk vindt en wat de maatschappij nodig heeft', zegt Lampert. 'En zij zijn degenen die de toekomst van Nederland vorm moeten gaan geven.'
In jullie boek hebben jullie jongeren tot 'de grenzeloze generatie' uitgeroepen. Hoe ziet die eruit?
'Belangrijke waarden voor jongeren zijn assertiviteit, voor jezelf opkomen, netwerken, je eigen weg vinden in het leven. Veel minder van betekenis zijn zaken als solidariteit, plichtsgetrouwheid en zelfdiscipline. Op veel punten zijn ze tegengesteld aan de babyboom-generatie die na de oorlog werd geboren. Die heeft vrijheden moeten bevechten en was maatschappelijk geengageerd. Nu zijn de keuzes en mogelijkheden van jongeren vrijwel onbegrensd. Je moet zelfredzaam zijn om die complexe en overvolle werkelijkheid te filteren, te bepalen wat je wel en niet belangrijk vindt en er je eigen weg in te vinden. Een deel van de jongeren lukt dat prima, maar een even grote groep van de 15 tot en met 23-jarigen heeft die kwaliteiten niet in huis en is onzeker. Die groep is de afgelopen tien jaar steeds groter geworden. Dat zijn overigens ook steeds meer mensen uit oudere generaties, vooral lager opgeleiden. Je merkt het aan problemen als schulden en schooluitval. Er is dus een tweedeling in de samenleving ontstaan.'
Opvallende uitkomst van het onderzoek is de veranderde opvatting over leiderschap. Moderne burgers, zeker jongeren, zijn behoorlijk mondig. Tegelijkertijd hebben ze behoefte aan autoriteit.
'Dat is weer zo'n contrast met de babyboomers. Die waren anti-autoritair, wat je terugziet in de vele vormen van inspraak in onze samenleving. De groep die niet meer mee kan in de wereld van de onbegrensde mogelijkheden, heeft behoefte aan richting en structuur. Daarom willen ze sterke leiderfiguren die hen dat bieden, een pad uitstippelen, hen verder helpen in hun persoonlijke leven. Kortom: duidelijkheid, orde in de chaos. Dat zie je bijvoorbeeld ook aan de opvattingen over mannen en vrouwen, waarin het sekse-stereotiepe rolmodel onder jongeren weer aan populariteit wint.'
Maar er is juist veel agressie tegen gezagsdragers. Publieke dienstverleners krijgen om de haverklap te maken met geweld.
'Dat komt doordat mensen hun eigen primaire behoeften en impulsen centraal stellen en zich geen onderdeel meer voelen van een groter maatschappelijk verband. Ze hebben respect voor de leraar die een echte mentor voor hun kind is, voor de eigen vertrouwde huisarts. Veel minder voor gezagsdragers in het algemeen. Het is net zoiets als met opvoeding. Je hoort van veel mensen dat kinderen slecht worden opgevoed, maar zelf doen ze het wel goed. Tel het individualisme en het gebrek aan gezagsgetrouwheid bij elkaar op en je hebt de boze burger: een kort lontje, hard schreeuwen als de tramconducteur of de Eerste Hulp-arts even iets doet wat hem niet aanstaat.'
Hebben we onder de huidige politici en bestuurders de sterke leiders waaraan behoefte is?
'Ik wil geen namen noemen, het gaat ons als onderzoekers om de diagnose. Die willen wij op tafel leggen en daarmee een maatschappelijk debat agenderen. Wat ik wel kan zeggen is dat bij de overheid en in de politiek een bureaucratische bestuursstijl de overhand heeft, die totaal niet aansluit op de nieuwe generatie. Neem het concept 'luisteren naar de burger' bijvoorbeeld, met varianten als burgerparticipatie en interactieve beleidsvorming. Dat sluit slechts aan bij een kleine geengageerde groep burgers, van wie er onder jongeren steeds minder zijn. En die jongeren willen bovendien sterke leiders, die duidelijkheid en richting geven. Burgerparticipatie heeft dus geen toekomst. Toch zijn politici daar nog volop mee bezig.'
En Pim Fortuyn dan? Hij had succes omdat hij luisterde naar wat er leefde onder de mensen. Met hem is die trend ontketend.
'Dat klopt, maar Fortuyn zei niet alleen wat de mensen wilden horen. Hij was ook uitgesproken in wat hij niet wilde, of dat nu wel of niet een populair idee was. Zo zei hij dat studenten niet over hun beurs moesten zeuren en moesten werken voor hun geld.'
Je had het eerder over een mismatch tussen wat de nieuwe generatie belangrijk vindt en wat de maatschappij nodig heeft.
'Dat is vrij zorgwekkend. Een van de grootste opgaven voor de toekomst is de samenleving duurzamer te maken, bewuster en zuiniger met het milieu om te gaan. Maar de laatste tien jaar hebben jongeren daar steeds minder affiniteit mee, zo blijkt. De generaties net boven hen hadden dat nog wel enigszins. Dat komt omdat zij van hun ouders nog collectieve waarden hebben meegekregen. De jongste generatie is het kind van ouders die opgroeiden in de jaren tachtig, toen individualisme en yuppendom opkwamen. Je kunt dus concluderen dat het doorgeven van waarden als solidariteit en maatschappelijk belang is gestokt. Daar zal een antwoord op gevonden moeten worden, want de jongeren van nu zitten later wel met het milieuprobleem.'
Wat moet er in de samenleving veranderen om ze daarvoor klaar te stomen?
'Een belangrijk punt is dat het onderwijssysteem nu niet aansluit. Het studiehuis voldoet niet voor die groeiende groep minder zelfredzamen. Wat goed zou zijn is dat het oude vakonderwijs terug komt en scholieren 'in de leer gaan' bij iemand, naar het voorbeeld van het traditionele meester-gezel idee. Dat schept een duidelijk toekomstperspectief en er is een voorbeeld waarmee jongeren zich kunnen identificeren.
In organisaties mag de hierarchie sterker terugkeren. Daar verlangen mensen naar. Niet alleen 'wat wil jij', maar ook 'zo moet het'. Maar je kunt ook denken aan een langer ouderschapsverlof, van een jaar bijvoorbeeld zoals in Scandinavie, om een betere hechting tussen ouders en kinderen te creeren. Daar wordt de kiem gelegd voor gemeenschapsbesef.'
Wat is je advies aan bestuurders en ambtenaren?
'Het zou goed zijn als het bestuurlijke repertoire minder eenzijdig werd. Niet alleen burgerparticipatie, want daar bereik je alleen de mondige zelfredzame burgers mee. Voor andere groepen moet je andere bestuursstijlen inzetten, afhankelijk van wat ze nodig hebben. Vergelijk het met een leraar, die weet ook dat hij het ene kind anders moet aanpakken dan het andere. Een wethouder bijvoorbeeld, zou per dossier moeten bepalen voor welke bestuursstijl hij kiest. Soms luisteren naar de burger, soms ook een eigen visie hebben, zelf een keuze maken. Ergens voor gaan staan. Leraren en artsen zijn figuren waar mensen respect voor hebben, zolang die hen tenminste persoonlijk helpen of inspireren. Aan de leraar vertrouw je je kind toe, aan de arts je lichaam. De leraar vertelt je dat je kind talent heeft voor ontwerpen, de arts zegt dat je moet stoppen met roken. Allebei voorbeelden van begrenzing en richting geven, dat zoeken mensen. Politici en bestuurders zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.'
Bron: republic.nl, door Linda van Tilburg 19.11.2009





