Buurtsuper is van levensbelang voor een dorp

Een supermarkt in het dorp is van levensbelang. Verdwijnt de buurtsuper uit een dorp, dan is het met de leefbaarheid gedaan. Dat meldt Distrifood op basis van onderzoek van Motivaction.

De leegloop van dorpen richting de stad heeft invloed op de leefbaarheid van het platteland. Met de mensen die vertrekken, verdwijnen ook de winkels en andere voorzieningen.


“ Maar dan moeten ze daar ook wel hun boodschappen doen en niet verderop in de stad.”


Motivaction deed onderzoek naar de leefbaarheid in zogeheten ‘anticipeergebieden’, regio’s die tegen bevolkingskrimp aanhikken. Hieruit blijkt dat veel inwoners het niet erg vinden dat hun dorp vergrijst of langzaam leegloopt, zolang een aantal voorzieningen maar in de buurt beschikbaar blijft: de dokter, de apotheek, de trein of bus. Een belangrijke plek wordt ingenomen door de buurtsuper, waar mensen ook meteen een praatje willen kunnen maken.

Uit het onderzoek blijkt dat inwoners tevreden zijn, zolang dorpen een supermarkt hebben. Vertrekken deze winkels – als voorbode van krimp – dan komt dit hard aan bij inwoners.

 


Dorpsvergadering

Vooral die supermarkt is van levensbelang. Bindert Verbeek, uitbater van de Coop in  Holwerd (Friesland), beaamt dit. In Trouw zegt hij: “Er komen achtduizend klanten in de week en die groet ik bijna allemaal persoonlijk. Met de supermarkt haal je het kloppend hart uit een dorp.” Het ligt aan de mensen zelf, zegt Verbeek. “Ik kom vaak op dorpsvergaderingen en ik hoor steeds hetzelfde: ‘Wij willen een supermarkt’. Maar dan moeten ze daar ook wel hun boodschappen doen en niet verderop in de stad.” Zo kan de supermarkten immers niet overleven.

Motivaction deed het onderzoek in opdracht van Regiobank. Deze bank stimuleert de leefbaarheid in dorpen, door bijvoorbeeld serviceloketten en geldautomaten te behouden. Hierbij blijkt de combinatie van supermarkt en bank goed te werken.


Krimp

Een anticipeergebied iets anders dan een krimpgebied. Een gebied wordt pas als krimpgebied gekwalificeerd als de bevolking met meer dan 2,5 procent afneemt. De regio’s waar dat niet het geval is, blijven in bestuurlijk jargon ‘anticipeergebieden’ heten. Deze gebieden delen niet mee in de rijksbijdrage van 11,2 miljoen euro die volgend jaar voor het eerst naar de krimpregio’s gaat.

Bron: ouderenjournaal.nl 2.06.2015

Facebook Twitter LinkedIn