‘Het kwaad komt voort uit slechts drie bronnen’

De drie bronnen van het kwaad? Toen Frits Spangenberg (66) dat hoorde, moest hij eerst even lachen.

Drie maar, is dat niet wat simpel? Inmiddels probeert hij al veertig jaar volgens deze boeddhistische levenswijsheid te leven: alle kwaad komt voort uit onwetendheid, begeerte of kwaadsprekerij.

‘Direct na mijn studie sociologie reisde ik in 1976 naar Bhutan en Nepal. Ik ben van 1948. Mijn vader had als marineofficier in Indonesië gewerkt, mijn moeder zat tijdens de oorlog met mijn twee broers en twee zussen in een jappenkamp. Daar werd thuis veel over gepraat, dat wekte mijn belangstelling voor uitheemse volkeren. Bhutan ging toen net open. Ik reisde er met mijn toenmalige vriend heen, in een reisgezelschap met bejaarde weduwen die de hele wereld overgingen. Dáár hoorde ik voor het eerst over die bronnen van het kwaad.’

Spangenberg is oprichter van Motivaction, een bureau dat breed onderzoek doet naar wat er onder de mensen leeft. Er werken ongeveer honderd mensen. Sinds hij acht jaar geleden de leiding heeft overgedragen, is hij weer als onderzoeker en adviseur aan het werk. Wel heeft hij nog steeds 60% van de aandelen in handen.

Rotary
‘Als je dingen niet weet, kun je ook moeilijk goed handelen. Te veel mensen roepen allerlei dingen, terwijl ze de feiten en omstandigheden niet kennen. Of dat een verwijt is aan die mensen? Zeker, maar het is ook een opdracht aan anderen om onwetendheid terug te dringen’, zegt Spangenberg. ‘Begeerte is ook zo’n mooie. Iedereen kent begeerte, maar je moet haar een plaats geven, niet tot doel verheffen, zoals in het zakenleven nogal eens gebeurt. Als status een drijfveer wordt, die vorm moet krijgen door decorum en materie in plaats van intrinsiek doordat je gewoon iets goed doet, is dat een bron van kwaad. Je verliest het perspectief uit het oog, je eigen bescheiden rol. En met kwaadsprekerij doe je mensen onrecht, omdat je onjuiste dingen vertelt of anderen benadeelt of aanzet tot negativiteit.’

Spangenberg is lid van de Rotary. ‘Trots lid’, zegt hij, ‘want het is geen club van mensen die elkaar van alles toeschuift. Ik ben voorzitter geweest van de Club Amsterdam.’ Op zijn mobiele telefoon heeft hij de vier kernvragen opgeslagen die elke Rotarian zich bij zijn handelen moet stellen. Hij leest voor. ‘Is iets waar? Is het billijk voor alle betrokkenen? Bevordert het onderling vertrouwen en vriendschap? Komt het alle betrokkenen ten goede?’ Hij kijkt op en zegt:‘Deze vragen sluiten aan bij die boeddhistische regel en zouden de ethiek in ons zakendoen versterken.’

 

Frits Spangenberg: 'Alleen als je goed in je vel zit, kun je wat betekenen voor anderen, voor je bedrijf en voor de samenleving.'

Op de vraag of hij zich zelf nooit heeft bezondigd aan genoemde ondeugden, antwoordt Spangenberg: ‘Ik ben natuurlijk niet vrij van zonden, maar ik heb me een zekere behoedzaamheid eigen gemaakt. Als ik ergens hoor kwaadspreken, gaat bij mij meteen een rood lichtje branden. Ik ben een levensgenieter, maar ik probeer mijn begeertes in balans te houden. Voor mij is het belangrijker om goed in mijn vel te zitten. Alleen dan kun je wat betekenen voor anderen, voor je bedrijf en voor de samenleving. Het is hopeloos om met boze, gefrustreerde mensen te moeten werken! Het is jammer dat in het bedrijfsleven en bij non-profitorganisaties weinig aandacht wordt geschonken aan de vraag of mensen goed in hun vel zitten. Financiële parameters domineren.’

Boogschieten en dansen
Toen Motivaction in 2001 een tijdje op de beurs was genoteerd, was het volgens Spangenberg wel moeilijk om naar zijn eigen standaarden te blijven werken. ‘Ik verkocht Motivaction aan branchegenoot Emis. Zij deden een due diligence, maar wij niet. Emis was immers beursgenoteerd, er was een jaarverslag, een accountantsverklaring. Er werd winst gemaakt. Maar op de dag dat ik als lid van de raad van bestuur aantrad, zag ik al dat de zaak op omvallen stond. Enkele weken later was de ceo ontslagen en de cfo geschorst, ik was de enig overgebleven bestuurder van een bedrijf dat in surseance verkeerde. Ik onderhandelde met advocaten van Emis, van een grootaandeelhouder en van Motivaction.’

‘Die situatie heeft zes maanden geduurd, en dan komt het slechtste in je boven. Ik moest oppassen niet in de val te lopen van begeerte en kwaadsprekerij, want het ging niet alleen om mij. Vanwege de koersgevoeligheid is het streng verboden medewerkers in te lichten. Er wordt, alleen in het belang van geld, onwetendheid gecreëerd. Dat staat haaks op de Rotary-waarden. Moraliteit is niet in regels te vatten, ik wil nooit meer onder een beursregime functioneren. Uiteindelijk hebben we Motivaction terug kunnen kopen van de curator. Emis heeft zonder mij een doorstart gemaakt.’

Tien geboden
Spangenberg vertelt ‘gefrappeerd’ te zijn door de eerste stelregel van het Bhutaans boeddhisme voor een goede opvoeding: leer je kind eerst alles over alle bestaande godsdiensten. Toch is hij geen boeddhist geworden. ‘Ik herinner me dat een jonge ober in het hostel in Bhutan vroeg of ik een goede danser was. Hoezo? Dansen bleek belangrijk te zijn in de cultuur. Je gaat naar een monnikenschool, leert reciteren, boogschieten en dansen. Ik heb later wel leren boogschieten, medailles gewonnen zelfs, maar ik ben gevormd door mijn christelijke opvoeding. Hoewel ik de meeste rituelen verafschuw, omdat ze er niet toe bijdragen dat je een beter mens wordt, zijn de christelijke waarden goed geweest voor mij. Ook de tien geboden komen overeen met die drie bronnen van kwaad — alleen wat minder beknopt.’

Hij haast zich om te zeggen dat rituelen mooi kunnen zijn, troost kunnen bieden, maar voegt er meteen aan toe dat ze ook vaak in de weg zitten. ‘De islam is in dat opzicht interessant. De ramadan is niet alleen bedoeld als maand van onthouding, maar vooral om een beter mens te worden. Dat tijdens de ramadan meer conflicten ontstaan, geeft te denken. Maar dat is de “tristesse” van de islam. Moslims worden eerder door rituelen gehandicapt dan geholpen. Ik heb veel moslimvrienden, open, tolerante mensen die dat beamen en daardoor snel als afvalligen worden beschouwd. Je mag geen kritische vragen stellen. De islam staat daarin lijnrecht tegenover het boeddhisme, omdat de islam onwetendheid propageert. Net als het christendom? Ja.’
 

Frits_SPANGENBERG.jpg


Bron: fd.nl door René Bogaarts 04.08.2014

Facebook Twitter LinkedIn