Maaltijdboxen zijn steeds meer in trek bij Nederlandse consument

Het aandeel van de boodschappen dat online wordt besteld is met 2% nog klein in vergelijking met andere branches, maar uit onderzoek van Motivaction blijkt dat deze methode van boodschappen doen aan bekendheid wint. Of we aan de vooravond staan van een verschuiving van in de supermarkt boodschappen doen naar online boodschappen bestellen moet nog blijken.

 

Motivaction heeft in september 2015 een voor Nederland representatief onderzoek gedaan naar de huidige situatie van online boodschappen bestellen en wat consumenten de komende 12 maanden verwachten te doen op het gebied van online boodschappen. Binnen dit onderzoek zijn ook de bekendheid, drivers, barriers en keuzecriteria van maaltijdboxen in kaart gebracht. De groei van online boodschappen doen kwam in Nederland langzamer op gang dan in bijvoorbeeld Engeland of Frankrijk. De Rabobank voorspelt echter dat in Nederland over 15 jaar ongeveer 25% van de boodschappen online wordt gedaan. Zij verwachten dat in 2016 al een marktaandeel van online boodschappen doen wordt bereikt van 4%. Uit het onderzoek van Motivaction komt naar voren dat op dit moment 16% van de Nederlandse bevolking aangeeft de boodschappen wel eens thuis te laten afleveren, waarvan 9% minimaal 1 keer per maand of meer. Daarnaast zegt 11% gebruik te maken van pick-uppoints in de buurt, waarvan 5% minimaal 1 keer per maand of meer.

 

Prijs, compleetheid en flexibiliteit abonnement belangrijkste keuzecriteria maaltijdbox
Motivaction doet veel onderzoek in de foodbranche en zo ook naar de opkomst van de verschillende maaltijdboxen. Deze nieuwe manier van boodschappen doen wint zeer snel aan bekendheid én penetratie. Marktleider HelloFresh was in februari 2012 de eerste in Nederland en heeft inmiddels de grootste geholpen naamsbekendheid. Maar liefst 74% van de Nederlanders kent HelloFresh en 2% van de Nederlanders geeft aan een abonnement te hebben. Onder de mensen die een abonnement op één van de maaltijdboxen hebben, hadden of het (zeer) waarschijnlijk van plan zijn te gaan nemen, is de prijs het belangrijkste criterium bij de keuze van een maaltijdbox (81% ). Ook vindt 76% van deze consumenten het belangrijk dat een maaltijdbox alle ingrediënten bevat voor een complete maaltijd (72%) en dat het abonnement flexibel is (81% ). Consumenten willen het liefst niet vastzitten aan een contract. Daarnaast vindt men het belangrijk dat gerechten geschikt zijn voor het hele gezin (71%), gemakkelijk zijn (61%) en inspireren (61%).

Albert Heijn en Jumbo zien kansen in maaltijdbox
Jumbo heeft aangegeven te willen starten met een maaltijdbox en Albert Heijn is in augustus 2015 begonnen met de Allerhande Box. Albert Heijn profiteert van de grote bekendheid van de retailer en het Allerhande Magazine. Op dit moment is al 46% van de Nederlandse consumenten bekend met deze box. De Mathijs Maaltijdbox heeft inmiddels een bekendheid van 28%, de Streekbox 21%, de krat.nl 16% en Beebox en Marley Spoon hebben beide een bekendheid van 15%.
Toch blijft nog een aanzienlijk deel van de consumenten liever zelf boodschappen doen. 58% van de consumenten kiest liever zelf zijn of haar boodschappen. Bovendien verzint 49% nog steeds liever zelf de maaltijd. Ook de prijs van de maaltijdboxen is een belangrijke drempel voor 57% van de niet-abonnees. Zij zijn simpelweg niet bereid om een premium prijs te betalen voor een maaltijdbox. De verwachting is dat er steeds meer maaltijdboxconcepten op de markt komen. Doorslaggevend voor het succes daarvan is het gericht in weten te spelen op de drivers én de barriers van de consument. (bron: Motivaction)

 

Onderzoeksverantwoording
Het onderzoek is een initiatief van Motivaction. Binnen het eigen StemPunt-panel met meer dan 90.000 leden is in september 2015 een steekproef van 897 Nederlandse boodschapverantwoordelijken in de leeftijd van 15 tot 70 jaar online ondervraagd. De steekproef is representatief gewogen op de kenmerken geslacht, leeftijd, opleiding, regio en Mentality-segmentatie.

 

Download hier het volledige rapport.

 

Bron: Marketingtribune, 23.10.2015

 


 

Facebook Twitter LinkedIn