Wat de burger wil, dat vraag je gewoon

Kloof tussen politiek en burger

Een enquête voor alle burgers om de politiek te vertellen waar het land heen moet. Consultantsbureau McKinsey had het idee, een hele stoet vakbonden en bedrijven sloot zich aan.

 

De kloof is weer helemaal terug. De kloof tussen elite en machtelozen, die geen invloed hebben op hun werk, pensioen of betaalbaarheid van een scootmobiel. De kloof tussen digitalen en digibeten, die niet weten hoe ze bijscholing moeten aanvragen bij het online ‘loket’ van de overheid. De kloof tussen goed opgeleide jobhoppers en de mensen die zijn uitgerangeerd. De kloof tussen de rijken en de rest.

Die laatste kloof staat dit jaar weer in de spotlights. Volgens Oxfam Novib, een organisatie voor ontwikkelingshulp, passen de 85 rijkste mensen comfortabel, met uitgestrekte benen en een glas champagne, in één rode Britse dubbeldekkerbus. Samen bezitten ze even veel als de armste helft van de wereld — en dat zijn 3,5 miljard mensen. De Franse econoom Thomas Piketty berekende dat de kloof tussen rijk en arm in Europa weer net zo groot is als een eeuw geleden.

In het FD hebben economen zelfs al een ‘muitende middenklasse’ voorspeld. Volgens de Tilburgse econoom Sylvester Eijffinger broeit er een ‘explosief mengsel’ in het hart van de verzorgingsstaat. Waarom? Omdat politici blind zijn voor het gevoel van bestaansonzekerheid bij kiezers.

Díé kloof, tussen politiek en burger, is de rode draad door dit landschap vol tegenstellingen. De onverwachte opkomst van Pim Fortuyn had een signaal moeten zijn, maar leidde vooral tot reflexen als ‘we moeten onze boodschap nóg beter uitleggen’. Nog meer nadruk op verleiden, in plaats van begrijpen.

Deze week is de enquête ‘Namens Nederland’ opengesteld, een grootschalige peiling over de toekomst van Nederland. Alle burgers kunnen meedoen. Het doel van de enquête is niet om erachter te komen wat ze dwarszit, maar wat ze belangrijk vinden.

Het idee komt van consultantsbureau McKinsey, dat het vijftigjarig bestaan van zijn Nederlandse vestiging viert. Daar sloot een hele stoet partners zich bij aan: de vakbonden CNV en FNV, werkgeversvereniging VNO/NCW, het Sociaal en Cultureel Planbureau, de vervoersbedrijven NS, HTM en RET. Ze roepen allemaal hun leden en werknemers op om mee te doen. De respons van deze enquête zou dus wel eens groot kunnen zijn.

Ook veel media werken belangeloos mee door oproepen te plaatsen en uit te zenden. Het Financieele Dagblad plaatste afgelopen dinsdag een advertentie. De methode achter Namens Nederland is de zogeheten ‘conjoint analyse’: deelnemers krijgen keuzes voorgelegd. Meer overheidsgeld naar onderwijs, en daardoor meer werken? Of minder geld naar onderwijs, en meer vrije tijd? Dit type enquête wordt gebruikt in de sociale wetenschappen, maar ook in marktonderzoek.

Uit de antwoorden moet de toekomstvisie van de gemiddelde Nederlander worden gefilterd. De antwoorden van een testpanel doen vermoeden dat die visie een stuk ambitieuzer is dan politici denken — zelfs bij de achterban in hun eigen partij. Uit de test bleek al, bijvoorbeeld, dat mensen een langere werkweek geen probleem vinden. De echte enquête moet nu uitwijzen waarvóór ze langer willen werken: betere zorg of beter onderwijs, of allebei.

‘De politiek is gepolariseerd’, zegt Peter de Wit, directeur van de Nederlandse vestiging van McKinsey in Amsterdam. ‘De tegenstellingen zijn sterk. Er is veel nadruk op onderwerpen waarover kiezers van mening verschillen, weinig op onderwerpen waarover ze het eens zijn. Dat geldt voor belangrijke vraagstukken als de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg, het pensioenstelsel, de flexibiliteit op de arbeidsmarkt.’

De deelnemers wordt ook gevraagd naar politieke voorkeur. Dat zou een verrassende analyse kunnen opleveren, hoopt De Wit: ‘Het zou kunnen blijken uit de data dat zelfs leden van een partij er anders over denken dan de partijtop meent. We weten het niet, we gaan het misschien ontdekken.’

In oktober wordt de analyse van keuzes en voorkeuren bekendgemaakt. Als dat een ‘duidelijk patroon’ oplevert, zegt De Wit, ‘dan kan de politiek dat niet negeren.’

De kloof tussen politiek en burger wordt ook permanent onderzocht door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Elk kwartaal verschijnt een nieuwe editie van ‘Burgerperspectieven’. Uit dat onderzoekt blijkt dat het vertrouwen in de regering schommelt, maar altijd laag is. Veel lager dan het vertrouwen in grote ondernemingen, media en rechtspraak.

SCPdirecteur Kim Putters, een van de adviseurs achter Namens Nederland, hoopt dat de enquête weer ‘een stukje van de puzzel’ kan vormen. ‘Elke enquête die logisch in elkaar zit, helpt weer een beetje.’

Het wantrouwen tussen kiezers en politici is volgens Putters niet altijd slecht. ‘Er is altijd een zekere afstand nodig tussen burgers en bestuur’, zegt hij. ‘Dat heb je nodig om te kunnen besturen. Maar we zien ook dat het onbehagen en de onzekerheid toenemen. Dáár zal de politiek toch een antwoord op moeten geven.’

De oorzaak van dat toenemende onbehagen ligt volgens hem in gevoelens van machteloosheid. ‘Mensen achten zichzelf nog steeds gelukkig, maar tegelijk neemt het onbehagen toe, de onzekerheid, het gevoel van risico en onveiligheid. Al jaren. En in brede lagen van de bevolking. Dit speelt vooral in het denken over werk, inkomen, schuld, gezondheidsen ouderenzorg. Burgers hebben daar voor hun gevoel steeds minder invloed op, terwijl ze vinden dat de mensen die dat wél hebben, politici en bestuurders, niet de juiste beslissingen nemen.’

 

LogoNNmoti.png

 

Bron: Het Financieele Dagblad Outlook, door Jan Fred van Wijnen 19.07.2014

Facebook Twitter LinkedIn