Vertrouwen in economische voorspoed levert geld op

De belangrijkste waarde van een merk is vertrouwen. Kijk maar naar Volkswagen. En dat vertrouwen bestaat uit een gecompliceerde mix van ervaringen, feiten, een van horen zeggen en vooral uit beeldvorming. Mensen kun je ook als een merk bekijken: zij die goed in hun vel zitten, doen het beter dan mensen bij wie het schuurt en knaagt. Studies van de afgelopen decennia tonen dat steeds opnieuw aan. Zo blijkt dat lange mannen die er goed uitzien gemakkelijker en beter ‘verkopen’ dan mannen met een ander uiterlijk.


Zie Malcolm Gladwell in ‘Blink. Why We Fall For Tall, Dark and Handsome Men’. Vreemd genoeg is dit verschijnsel met betrekking tot vrouwen veel minder onderzocht. In het verlengde van internationale vrouwendag wellicht een goede gedachte om dit hiaat op te gaan vullen.

 

Volkswijsheid

Ik kom terug bij mijn algemeen geaccepteerde punt: als je goed in je vel zit bereik je meer en het kost minder energie. Mijn goede oude moeder sprak: ‘Je vangt meer vliegen met honing dan met azijn’. Een oude volkswijsheid die geen wetenschappelijk bewijs nodig had. Ook bepaalde bevolkingsgroepen, bedrijven en landen kun je als merk bekijken. Zo zou je goed bij Engelsen te rade kunnen gaan voor formaliteiten, zouden Fransen goede romantische lovers zijn, Italianen goede koks en Duitsers goede politiemensen. Maar hoed je voor een Engelse kok, een Franse regelaar, een Italiaanse politieman of een Duitse lover. Misschien is het allemaal onzin, maar de beeldvorming kan sterker werken dan de realiteit. Ook binnen bedrijven werkt dit fenomeen: zo maakt een positieve werksfeer meer mogelijk. Daarom investeren bedrijven veel in een prettige werkcultuur met bijvoorbeeld loungeplekken en teambuildingsessies. En toch gaat het ook vaak fout. De voorbeelden zijn legio. Denk aan het ombudsmannen egoconflict dat het eens zo fraaie instituut uit holt, met als gevolg een negatieve beeldvorming die omslaat in ongeloofwaardigheid. Met als gevolg dat de waarde van het instituut daalt.
 

WIN/Gallup-onderzoek

Vergeleken met de meeste landen gaat het met Nederland niet zo goed wat betreft het optimisme ten aanzien van de economische groei en de hoop dat 2016 beter zal zijn dan 2015. Terwijl het natuurlijk veel erger kan. Met ons WIN/Gallup-onderzoek signaleren we hier een probleem van de meer welvarende landen, de EU in het bijzonder. Is dit belangrijk? Of is het een zoveelste opinieonderzoek dat niets verandert en naar het archief kan verdwijnen. ‘Nice to know but no need to know.’

 

Ik vind dit soort onderzoek belangrijk omdat positieve mensen en positieve landen sterker zijn bij het opvangen van tegenvallers. Potentieel leveren zij betere resultaten. Nederland is welvarend, maar ten aanzien van onze kwaliteit van leven zijn nog vele verbeteringen mogelijk. Met een optimistische inzet maakt de BV Nederland meer kans. Ik verwacht dat een aantal van de positief scorende landen een sterkere positie op de wereldmarkt gaan innemen. Alleen al uit concurrentieoverwegingen moeten wij deze kracht daarom niet onderschatten.

 

Een duik in de cijfers

Laten wij eens in de cijfers duiken. In alle onderzochte landen wereldwijd denkt minder dan de helft van de mensen (45%) dat 2016 economisch beter zal uitpakken dan 2015; 22 procent denkt dat het slechter wordt en 28 procent verwacht dat het min of meer gelijkblijft. De welvarende landen zijn meer pessimistisch dan optimistisch: -16 procent terwijl de opkomende economieën het tegendeel laten zien: +36 procent. Jongeren tot 34 zijn optimistischer +31 procent dan de groep van 55 jaar en ouder +13 procent. Mannen zijn iets optimistischer +26 procent dan vrouwen +22 procent. Hoogopgeleiden +28 procent zijn positiever dan laagopgeleiden +17 procent en de hoogste inkomensgroepen +33 procent zijn positiever dan het laagste segment +5 procent. Naar religie zien wij dat protestanten de economische toekomst pessimistisch inschatten -16 procent, de rooms-katholieken -5 procent, joden -6 procent, maar moslims +22 procent, boeddhisten +14 procent, hindoes +43 procent en de groep atheïsten/agnosten +45 procent.

Facebook Twitter LinkedIn