De stadswijk van morgen is autovrij

Met veel interesse lees ik berichten over de nieuwe wijk Merwede in Utrecht, de stad waar ik woon. Een wijk met 6000 woningen met parkeerplaatsen voor 1800 auto’s. Daarvan zullen er 300 voor deelauto’s zijn, dus niet voor auto’s van bewoners of bezoekers. Het is nog niet zo lang geleden dat bij de meeste gemeenten een ‘parkeernorm’ boven de 1 normaal was. Dat is meer dan één parkeerplaats per woning. In Merwede wordt er echter op aangestuurd dat bewoners geen auto hebben of in ieder geval de auto niet voor de deur kunnen parkeren. Voor veel mensen is dat even slikken. In de commentaren op sociale media moet verkeerswethouder Lot van Hooijdonk (GroenLinks) het steevast ontgelden. De critici lijken ervan uit te gaan dat iedereen een auto heeft en ook in de toekomst nodig zal hebben.

Maar niet alleen in steden met GroenLinks-wethouders ontstaan zulke plannen. Hoewel Merwede nog uniek is in haar duurzame ambities op deze grote schaal (zelfs the Guardian bericht erover) zie ik in andere geplande wijken waarover ik mocht meedenken een soortgelijke omgang met mobiliteit. Wat deze hoogstedelijke wijken van morgen gemeen hebben is de nabijheid van een treinstation.

Steden zullen ook wel moeten; er is behoefte aan grote aantallen woningen die grotendeels binnen de bestaande stad moeten worden gebouwd. Op een parkeerplaats kan je niet wonen! En we hebben ook klimaatambities en, dichterbij huis, behoefte aan schone lucht. De coronacrisis illustreert eens te meer hoe schoon de lucht kán zijn in de stad, wat Milaan ertoe brengt om versneld ruim baan te maken voor de fiets.

Maar willen mensen wonen in zo’n autovrije wijk? Dat ligt eraan aan welke mensen je het vraagt. In grote steden heeft lang niet iedereen een auto. En er is een groeiende groep die gebruik maakt van de combinatie fiets en trein om naar het werk te komen volgens het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Dat zijn vaak jonge hoogopgeleiden, en die heb je veel in Utrecht. De stad investeerde dan ook niet voor niets in de grootste fietsenstalling ter wereld (12.500 plekken) op het Centraal Station.

Ook de waarden van inwoners spelen een rol. Zo zie ik in ons onderzoek met het Mentality-model dat bepaalde groepen in de samenleving autobezit niet zo belangrijk vinden en de auto vaker laten staan. Ze zijn ook vaker geïnteresseerd in gebruik van een deelauto. Die groepen, met name postmaterialisten, hechten meer aan zelfontplooiing dan geld en bezit en zijn geïnteresseerd in duurzaamheid. Niet toevallig stemmen ze vaak op GroenLinks. Ook kosmopolieten en postmoderne hedonisten zijn niet getrouwd met hun auto.

In Utrecht komen deze groepen relatief veel voor, net als in andere grote steden. En dan vooral in en rond het centrum. Verder naar de rand van de stad, bijvoorbeeld in VINEX-wijken, kom je meer moderne burgers en opwaarts mobielen tegen, die graag een mooie auto hebben. Zij vinden het een pluspunt dat je zo op de snelweg zit, terwijl een postmaterialist die liever niet in de buurt heeft. Deze groepen zijn in Utrecht ondervertegenwoordigd.

Er is kortom op bepaalde plaatsen wel degelijk draagvlak voor autovrije wijken. Maar ook voor de genoemde ‘groene’ groepen kan een auto handig zijn, zeker nu het OV voorlopig minder aantrekkelijk is. Om hen zonder auto door het leven te laten gaan is het dan ook van belang dat de alternatieven voor autobezit zo aantrekkelijk mogelijk worden gemaakt. Deelauto’s moeten bijvoorbeeld voortdurend beschikbaar zijn en je moet je op de fiets snel en gemakkelijk door de stad kunnen bewegen.  

Neem voor meer informatie contact op met André Kamphuis.

Facebook Twitter LinkedIn