Partnerpensioen verdient meer aandacht

Het partnerpensioen blijkt een grote blinde vlek voor de gemiddelde consument. Slechts een op de drie weet überhaupt dat partnerpensioen met overlijden heeft te maken. Maar ook de financiële gevolgen die een overlijden voor nabestaanden kan hebben, heeft men niet duidelijk voor ogen.

Het zijn enkele conclusies uit een onderzoek dat Motivaction deed in opdracht van Aegon onder werkende Nederlanders met een partner. De verwarring onder werknemers wordt volgens Herman Kappelle, bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht aan de VU en directeur bij Aegon, gevoed door het gebrek aan uniformiteit in het partnerpensioen. “Wie precies als partner wordt erkend, verschilt per regeling. Soms is dat beperkt tot gehuwden en mensen met een geregistreerd partnerschap of een notariële akte. Als je dan samenwoont zonder zulke papieren en je partner overlijdt, krijg je dus niets. Ook al woon je al jaren samen onder één dak.”

Het hangt ook van de pensioenregeling af of iemand überhaupt recht heeft op partnerpensioen, zegt Kappelle. “Niet iedere regeling kent een voorziening bij overlijden. Waar die regeling wel bestaat, heb je twee smaken. Bij sommige werkgevers bouw je een partnerpensioen met een blijvende waarde op, terwijl je in andere regelingen weer alleen bent verzekerd voor overlijden tijdens je dienstverband. Als je daar uit dienst gaat en je overlijdt, dan krijgt je partner niets.”

Meer gelijkheid in de regelingen en betere informatie aan werknemers en werkgevers over de werking van het partnerpensioen zijn volgens Kappelle belangrijke aandachtspunten.

 

Onderzoeksresultaten

Onder de titel ‘Wat je niet weet, maar je wel raakt’ organiseerden de Vrije Universiteit Amsterdam en Aegon een congres over het partnerpensioen. Hier werden ook de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Behalve dat een op de drie geen idee heeft of ze recht hebben op partnerpensioen, weet meer dan de helft niet wat het financieel betekent voor hun partner als hij of zij voor de pensioendatum overlijdt. 60% van de respondenten weet niet dat een eerder huwelijk van invloed is op de hoogte van de uitkering aan de huidige partner.

Een op de drie rekent zich te rijk en verwacht een uitkering van minstens 70% van het laatstverdiende loon. In werkelijkheid is dat minder dan de helft van het laatstverdiende loon. Het zijn vooral kwetsbare groepen zoals jongeren, laagopgeleiden of mensen met een laag inkomen die slecht op de hoogte zijn van het partnerpensioen en zich dan ook minder goed indekken tegen een terugval in inkomen. “De uitkomsten van dit onderzoek onderstrepen dat het partnerpensioen een volwaardig onderdeel moet zijn van het pensioenakkoord en nadrukkelijker aan de orde moet komen bij het cao-overleg tussen sociale partners”, zegt Herman Kappelle.

 

Bron: InFinance, 04.02.2019

Facebook Twitter LinkedIn