Van Niche naar Norm
Van niche naar norm is een serie papers over sociale kantelpunten in Nederland: momenten waarop een ontwikkeling versnelt en nieuw gedrag ineens ‘normaal’ wordt. We kijken naar actuele transities en wat er nodig is om de stap te maken van losse initiatieven naar breed gedragen verandering. Steeds met één vraag centraal: wat helpt mensen echt om mee te bewegen? We onderzochten de volgende thema's:
Hoe Nederland kan groeien naar structurele crisisvoorbereiding
Hoewel crisisvoorbereiding al langere tijd besproken wordt, bracht de recente verspreiding van de overheidsfolder het onderwerp opnieuw onder de aandacht.
De folder roept burgers op een noodpakket samen te stellen en zich te informeren over structurele crisisvoorbereiding. Niet alleen door geopolitieke spanningen, maar ook door extreme weersomstandigheden, klimaatverandering en recente incidenten zoals drinkwaterverontreiniging en lege supermarktschappen. Tegelijkertijd leidde de overheidscampagne over noodvoorbereiding tot stevige reacties: noodfolders die retour werden gestuurd, kritiek op toon en timing, en vragen over wat mensen nu écht moeten doen.
Die spanning raakt precies aan de kern van gedragsverandering.
In deze paper uit onze reeks over sociale kantelpunten en actuele transitiesituaties onderzochten we hoe Nederlanders omgaan met de oproep om zich voor te bereiden op noodsituaties. Niet alleen bij oorlogsdreiging, maar juist ook bij meer alledaagse crises.
Kerncijfers in één oogopslag
maakt zich bij een noodsituatie zorgen over de beschikbaarheid van primaire voorzieningen zoals water, voedsel, stroom en internet.
beseft zich dat noodsituaties zich onverwacht kunnen voordoen.
is van plan een noodpakket samen te stellen/aan te schaffen of heeft al actie ondernomen.
Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen het noodpakket zien als een serieuze eigen verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd is er een duidelijke voorwaarde: mensen willen geholpen worden, niet verplicht. Draagvlak ontstaat pas wanneer de overheid burgers op een toegankelijke manier ondersteunt met duidelijke middelen en concreet handelingsperspectief.
Verdieping
-
Eigen verantwoordelijkheid, maar geen dwang
Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen het noodpakket zien als een serieuze eigen verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd is er een duidelijke voorwaarde: mensen willen geholpen worden, niet verplicht. Draagvlak ontstaat pas wanneer de overheid burgers op een toegankelijke manier ondersteunt met duidelijke middelen en concreet handelingsperspectief.
Dat is relevant, omdat sociale kantelpunten vaak worden bereikt rond de 25%: het moment waarop gedrag zichtbaar normaal begint te worden. In theorie lijkt die kritische massa voor het noodpakket binnen bereik. In de praktijk zien we echter grote verschillen in hoe mensen zich voorbereiden.
-
Van losse items naar structurele voorbereiding
Er is een groep die ‘iets’ heeft gedaan: een zaklamp, wat extra eten, losse spullen in huis. En er is een kleinere groep die structureel goed voorbereid is en het noodpakket onderhoudt. Het verschil tussen die groepen zit niet zozeer in motivatie, maar in:
- praktische drempels
- onduidelijkheid over wat voldoende is
- het gevoel: “dit is niet voor mij”
Juist daar ligt de sleutel tot opschaling.
-
Gedragsverandering vraagt om stapelen
De overgang van niche naar norm vraagt om meer dan incidentele actie. Het vraagt om het omarmen van crisisvoorbereiding als vaste gewoonte. Dat lukt alleen als mensen stap voor stap geholpen worden:
- door drempels weg te nemen (heldere informatie, overzicht, concrete stappen)
- door te laten zien wat voorbereiding oplevert: eigen veiligheid en bescherming van het gezin
- door aan te sluiten bij het gevoel zelfstandig te kunnen handelen wanneer het nodig is
Niet door angst, maar door handelingsbekwaamheid.
Voor een deel van de bevolking kan confrontatie met de gevolgen van niet-handelen (zoals waterproblemen of lege schappen) een extra trigger zijn. Maar structurele gedragsverandering ontstaat pas wanneer mensen weten wat ze kunnen doen, hoe en waarom dat relevant is voor hén.
Bewuster stroomgebruik kantelt pas als het een vast ritme wordt
Bewuster stroomgebruik buiten piekuren klinkt simpel: draai de was later, zet de vaatwasser ’s nachts aan, laad je e-bike niet precies tijdens het koken. En het goede nieuws is: veel huishoudens doen dit soort dingen al. Alleen… dat is nog niet hetzelfde als een structurele gewoonte.
In de paper binnen onze serie Van niche naar norm kijken we naar het sociale kantelpunt rond bewust stroomgebruik buiten piekuren. De centrale vraag: wanneer wordt “slimmer spreiden” niet een losse actie, maar een nieuw, gedeeld dagelijks ritme?
Als je naar afzonderlijke handelingen kijkt, zie je dat een flink deel van de Nederlanders al schuift met verbruiksmomenten (bijvoorbeeld was/droger of vaatwasser buiten piekuren). Dat laat zien: de beweging is er.
Tegelijk zien we een belangrijke dynamiek: mensen pakken vaak één of twee makkelijke acties, maar het blijft daarbij. En daardoor ontstaat er nog geen nieuw patroon dat het stroomnet echt ontlast. De transitie stokt dus niet omdat mensen niets doen maar omdat het gedrag nog niet stapelt.
Kerncijfers in één oogopslag
gebruikt stroom buiten de piekuren al als vaste gewoonte.
geeft aan comfort belangrijker te vinden dan het spreiden van stroomgebruik.
pleit voor flexibele tarieven/financiële prikkels door energiebedrijven.
Het echte kantelpunt zit in “stapelen” en automatiseren: van incidenteel schuiven naar vaste routines, van één apparaat slimmer gebruiken naar meerdere keuzes die samen een patroon vormen, en van nadenken op het moment zelf naar automatische hulp (timers, standaardinstellingen, slimme aansturing). De sleutel is niet nóg meer kennis, maar het verkleinen van het moment waarop je moet kiezen.
Verdieping
- We zijn al begonnen, maar het gedrag is nog “los zand”
Als je naar afzonderlijke handelingen kijkt, zie je dat een flink deel van de Nederlanders al schuift met verbruiksmomenten (bijvoorbeeld was/droger of vaatwasser buiten piekuren). Dat laat zien: de beweging is er.
Tegelijk zien we een belangrijke dynamiek: mensen pakken vaak één of twee makkelijke acties, maar het blijft daarbij. En daardoor ontstaat er nog geen nieuw patroon dat het stroomnet echt ontlast. De transitie stokt dus niet omdat mensen niets doen maar omdat het gedrag nog niet stapelt.
- Het echte kantelpunt zit in “stapelen” en automatiseren
De stap van niche naar norm vraagt om een verschuiving van:
- Incidenteel schuiven → naar vaste routines
- Één apparaat slimmer gebruiken → naar meerdere keuzes die samen een patroon vormen
- Nadenken op het moment zelf → naar automatische hulp (timers, standaardinstellingen, slimme aansturing)
Met andere woorden: de sleutel is niet nóg meer kennis, maar het verkleinen van het moment waarop je moet kiezen. Als je elke dag opnieuw moet bedenken wat wanneer kan, blijft het een mentale taak. Als het “ingebouwd” raakt, wordt het normaal.
- Bewustzijn is hoog, urgentie is verdeeld
Een tweede inzicht: veel mensen begrijpen dat een overvol stroomnet gevolgen kan hebben (storingen, rem op verduurzaming, wachttijden). Maar dat betekent niet automatisch dat iedereen dit als een directe zorg voelt. Dat verschil tussen bewustzijn en persoonlijke urgentie verklaart waarom gedrag vaak blijft hangen in “ik doe af en toe iets”.
- Wat werkt om de norm te laten kantelen?
De paper wijst vooral richting oplossingen die het dagelijks leven ondersteunen:
- Concrete micro-keuzes: wat kun je makkelijk verplaatsen (en wat niet)?
- Heldere feedback: wanneer is het “piek” en wat scheelt het als ik nu wacht?
- Routinesteun: timers, standaardprogramma’s, slimme schema’s
- Sociale normalisatie: het idee dat “spreiden” iets is wat steeds meer mensen gewoon doen
Als die elementen samenkomen, verschuift de norm: van losse handigheidjes naar een herkenbaar ritme dat in huishoudens blijft plakken.
Brede steun voor zuiniger watergebruik
Bij veel maatschappelijke veranderingen zie je eerst twijfel, discussie en weerstand. Bij bewuster omgaan met drinkwater is dat opvallend anders. Hoewel niet iedereen zich persoonlijk zorgen maakt over toekomstige tekorten, is de richting helder: Nederland wil deze verandering.
In de paper binnen onze serie Van niche naar norm laten we zien dat de transitie naar bewuster en zuiniger watergebruik verder is dan bij vrijwel alle andere onderzochte thema’s. Niet omdat het probleem overal acuut voelbaar is, maar omdat de norm al breed wordt gedeeld.
Kerncijfers in één oogopslag
weten dat er in de toekomst problemen kunnen ontstaan met de drinkwatervoorziening.
maakt zich daar persoonlijk zorgen over.
vindt dat het tijd is om bewuster met drinkwater om te gaan.
Een belangrijk inzicht: steun voor verandering is hier niet alleen gebaseerd op angst of urgentie, maar op een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid. Ook mensen die zich minder zorgen maken, onderschrijven het belang van zuiniger watergebruik.
Verdieping
-
Bewustzijn is hoog maar de steun gaat verder dan zorg
Twee op de drie Nederlanders weten dat er in de toekomst problemen kunnen ontstaan met de drinkwatervoorziening. Minder dan de helft (46%) maakt zich daar persoonlijk zorgen over. Toch vindt driekwart van de Nederlanders dat het tijd is om bewuster met drinkwater om te gaan.
Dat is een belangrijk inzicht: steun voor verandering is hier niet alleen gebaseerd op angst of urgentie, maar op een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid. Ook mensen die zich minder zorgen maken, onderschrijven het belang van zuiniger watergebruik.
-
Het sterkste sociale draagvlak van alle onderzochte thema’s
Als we dit thema naast andere maatschappelijke veranderingen leggen, springt drinkwater eruit.
- 75% zegt ‘ja’ tegen bewuster watergebruik
- Slechts 5% is expliciet tegen
Geen enkel ander onderwerp in het onderzoek krijgt zoveel actieve steun. Thema’s als het in huis halen van een noodpakket, het dragen van een fietshelm of het gebruiken van stroom buiten piekuren worden wel belangrijk gevonden, maar roepen minder uitgesproken instemming op.
Dat maakt drinkwater bijzonder: het sociale kantelpunt ligt hier al dichtbij of is zelfs al bereikt.
-
Van gedeelde norm naar dagelijks gedrag
Juist omdat de norm zo breed gedragen wordt, verschuift de uitdaging. De vraag is niet meer óf we bewuster met water moeten omgaan, maar hoe we dat in het dagelijks leven vormgeven.
De volgende stap zit in:
- Het concreet maken van gewenst gedrag
- Het ondersteunen van routines (thuis, op werk, in de openbare ruimte)
- Het zichtbaar maken van wat “normaal” watergebruik is
Niet overtuigen, maar faciliteren.
Waarom de fietshelm steeds normaler voelt maar nog niet vanzelfsprekend is
Bijna iedereen weet het inmiddels: het aantal mensen dat jaarlijks op de Spoedeisende Hulp belandt na een fietsongeluk is groot en groeit. Twee op de drie Nederlanders zijn zich daarvan bewust. Toch leidt dat bewustzijn niet automatisch tot ander gedrag.
In de whitepaper binnen onze serie Van niche naar norm kijken we naar het sociale kantelpunt rond het vrijwillig dragen van een fietshelm. De centrale vraag: wanneer verschuift de helm van “iets voor een paar fanatiekelingen” naar een normaal onderdeel van fietsen in Nederland?
Kerncijfers in één oogopslag
mensen belandden binnen één week (oktober 2025) op de Spoedeisende Eerste Hulp na een fietsongeval.
maakt zich ook echt zorgen over ernstig hoofdletsel bij fietsongelukken.
van de Nederlanders vindt dat het tijd is dat meer mensen vrijwillig kiezen voor het dragen van een fietshelm.
Dat laat een duidelijke kloof zien: weten is niet hetzelfde als je persoonlijk aangesproken voelen.
Verdieping
- Bewustzijn is hoog maar zorg en gedrag lopen achter
De cijfers zijn scherp. In één week tijd (oktober 2025) belandden 1.291 mensen op de Spoedeisende Hulp door een fietsongeval. Het merendeel reed op een gewone fiets, racefiets of mountainbike, gevolgd door e-bikes en fatbikes. Het helmgebruik onder deze groep was laag: 3% bij fatbikers, 6% bij e-fietsers en 13% bij overige fietsers.
Tegelijkertijd zegt slechts de helft van de Nederlanders (50%) zich ook echt zorgen te maken over ernstig hoofdletsel bij fietsongelukken. Dat laat een duidelijke kloof zien: weten is niet hetzelfde als je persoonlijk aangesproken voelen.
- De norm schuift zonder verplichting
Opvallend is dat er wél maatschappelijk draagvlak is voor verandering. Voor 54% van de Nederlanders is het tijd dat meer mensen vrijwillig kiezen voor het dragen van een fietshelm. Slechts 14% is het daar expliciet mee oneens.
Dat wijst op een belangrijk sociaal signaal: de fietshelm wordt steeds minder gezien als overdreven of on-Nederlands, en steeds meer als een logische voorzorg. De norm beweegt maar is nog niet volledig gekanteld.
- Van individuele keuze naar sociale gewoonte
Zoals bij veel gedragsveranderingen zit het kantelpunt niet in regels, maar in normalisatie. De overgang van niche naar norm vraagt om:
- Zichtbaarheid: zien dat “anderen dit ook doen”
- Herkenning: de helm past bij verschillende typen fietsers
- Lage drempels: comfort, stijl en gemak
- Framing als gewone voorzorg, niet als teken van angst
Pas als de fietshelm onderdeel wordt van het standaardbeeld van fietsen, verdwijnt het gevoel dat je iets bijzonders doet.
Draagvlak aanwezig voor een transitie richting beschermen van woning tegen klimaatschade
Klimaatverandering vergroot de kans op extreme weersomstandigheden zoals overstromingen, hittegolven en droogte. Die kunnen flinke schade veroorzaken aan woningen. In hoeverre zijn Nederlanders zich daarvan bewust?
Dat bewustzijn is breed aanwezig, maar vertaalt zich nog niet automatisch naar persoonlijke zorg of concreet handelen. In deze paper binnen onze serie Van niche naar norm kijken we naar het sociale kantelpunt rond het beschermen van de eigen woning tegen klimaatschade.
Kerncijfers in één oogopslag
realiseren zich dat extreem weer schade kan veroorzaken aan hun woning.
maakt zich ook echt zorgen over schade aan de eigen woning door extreem weer.
vindt dat het tijd is voor maatregelen om de eigen woning beter te beschermen tegen klimaatschade.
Dat verschil laat zien dat de norm aan het schuiven is: maatregelen worden steeds minder gezien als overdreven of alleen relevant voor risicogebieden.
Verdieping
- Bewustzijn is hoog, persoonlijke urgentie blijft achter
Veel Nederlanders herkennen het risico. Het besef is er, maar de persoonlijke urgentie blijft vaak uit. Hoewel bijna twee op de drie Nederlanders zich realiseren dat extreem weer schade kan veroorzaken aan hun woning, maakt een minderheid (38%) zich daar ook echt zorgen over.
Die kloof tussen weten en voelen is zichtbaar in gedrag. Slechts een relatief klein deel van de huishoudens heeft al één of enkele maatregelen toegepast.
- De norm beweegt, zonder dat iedereen al meedoet
Voor de norm dat we in Nederland maatregelen moeten nemen om de eigen woning beter te beschermen tegen klimaatschade, bestaat draagvlak. 41% vindt dat tijd is voor verandering, terwijl 16% het daar mee oneens is.
Dat verschil laat zien dat de norm aan het schuiven is: maatregelen worden steeds minder gezien als overdreven of alleen relevant voor risicogebieden.
- Van individuele maatregel naar collectieve gewoonte
Zoals bij veel maatschappelijke transities ligt het kantelpunt niet bij één maatregel of één actor. Het beschermen van woningen tegen klimaatschade vraagt om een samenspel tussen huishoudens, overheid en bouwsector. De groep die nu al maatregelen neemt, samen met mensen die op korte termijn willen volgen en degenen die met de juiste prikkels te motiveren zijn, vormt gezamenlijk een substantiële basis voor verdere normalisatie.
De overgang van niche naar norm vraagt om:
- Financiële prikkels: subsidies en lagere verzekeringspremies als concrete aanjagers
- Zichtbaarheid van risico’s: media-aandacht en voorbeelden uit de eigen omgeving
- Heldere informatie en praktische ondersteuning: inzicht in risico’s, maatregelen en betrouwbare uitvoerders
De eerste stappen richting klimaatbestendig wonen zijn gezet, maar voor veel Nederlanders blijft het nog bij losse, soms toevallige aanpassingen. Pas wanneer huishoudens bewust kiezen voor een samenhangende aanpak, met aandacht voor alle relevante risico’s, worden woningen daadwerkelijk weerbaar tegen de verwachte klimaatextremen.
Vertrouwen in conversational AI schippert tussen nieuwsgierigheid en scepsis
Met de opkomst van AI groeit ook de rol van conversational AI in het dagelijks leven: een vorm van kunstmatige intelligentie (AI) die menselijke gesprekken kan simuleren. Chatbots op basis van conversational AI praten met de klant en kunnen complexe vragen verwerken en veel dynamischer reageren dan chatbots die we nu vooral nog kennen. Het onderzoek laat zien dat vertrouwen in deze digitale omgeving valt of staat met transparantie, kwaliteit en keuzevrijheid.
Drie op de vier Nederlanders verwachten dan ook dat conversational AI in de toekomst belangrijker wordt. Met conversational AI bedoelen we AI die een gesprek kan voeren via tekst of spraak en verder gaat dan de eenvoudige chatbots die veel mensen nu kennen van websites. Juist bij klantenservice klinkt de belofte aantrekkelijk: sneller antwoord en minder wachten, vooral bij eenvoudige vragen.
In deze paper binnen onze serie Van niche naar norm kijken we naar het sociale kantelpunt rond conversational AI in klantcontact.
Kerncijfers in één oogopslag
verwachten dat conversational AI in de toekomst belangrijker wordt.
verwacht dat het de klantervaring verbetert.
maakt zich zorgen over de veiligheid van persoonlijke gegevens.
Conversational AI duikt steeds vaker op in klantcontact. Maar waar de één er kansen in ziet, is de ander juist sceptisch.
Verdieping
-
Verwachtingen zijn hoog, vertrouwen is verdeeld
Conversational AI duikt steeds vaker op in klantcontact. Maar waar de één er kansen in ziet, is de ander juist sceptisch. Een kwart van de Nederlanders (27%) verwacht dat het de klantervaring verbetert, terwijl een iets grotere groep (29%) juist het tegenovergestelde verwacht.
De grootste twijfel zit bij privacy: 54% maakt zich zorgen over de veiligheid van persoonlijke gegevens.
-
Gebruik blijft beperkt en functioneel
Vier op de tien Nederlanders zijn inmiddels wel eens in aanraking gekomen met een AI-chatbot, vooral bij webshops en telecom- of energiebedrijven. Het gebruik blijft echter incidenteel en gericht op eenvoudige, snelle vragen.
Bij complexere of emotioneel beladen onderwerpen willen mensen het liefst een echte medewerker spreken.
-
Van verwachting naar vertrouwen
Juist omdat veel Nederlanders verwachten dat conversational AI een grotere rol gaat spelen, verschuift de uitdaging. De vraag is niet meer of het onderdeel wordt van klantcontact, maar onder welke voorwaarden mensen het ook daadwerkelijk willen gebruiken.
De volgende stap zit in:
- Drempels wegnemen rond vertrouwen, privacy en kwaliteit
- Transparantie: altijd duidelijk maken of iemand met AI of een mens communiceert
- Keuzevrijheid: AI als optie, met een menselijke route als vanzelfsprekend alternatief
-
Niet afdwingen, maar vertrouwen opbouwen
Conversational AI groeit niet uit tot norm door druk of verplichting, maar door positieve ervaringen en praktische betrouwbaarheid. Pas wanneer overheid en bedrijven die randvoorwaarden actief borgen, ontstaat ruimte voor gewenning en kan conversational AI verschuiven van niche-oplossing naar nieuwe standaard in klantcontact.