44% van Nederlanders vindt viering Coming-Outdag belangrijk

08.10.2020, Amsterdam – Bijna de helft van de Nederlanders (44%) vindt het van belang dat Coming-Outdag wordt gevierd. Onder mensen uit de LHBTI+ gemeenschap is dit 70%. Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Motivaction.

Op 11 oktober is het Coming-Outdag, een dag waarop er door heel Nederland aandacht wordt besteed aan LHBTI+’ers die openlijk voor hun seksuele geaardheid of genderidentiteit uit willen komen. Hoewel sommigen zich afvragen of het tegenwoordig nog wel nodig is om ‘uit de kast te komen’, blijft de dag een belangrijk moment om de zichtbaarheid van seksuele en genderdiversiteit te vieren. Dat wordt bijvoorbeeld gedaan door het hijsen van de regenboogvlag in een groot aantal gemeenten, het vragen van meer aandacht op scholen of het aanleggen van regenboog(zebra)paden als teken van tolerantie en diversiteit in Nederland.

 

Belang van Coming-Outdag breed gedragen

Een derde (33%) van de Nederlanders is bekend met Coming-Outdag, bij LHBTI+’ers is dit zelfs twee derde (66%). Of men de dag kent of niet, 44% van Nederlanders ziet het belang ervan in. Die erkenning is wijdverspreid: er zijn geen grote verschillen naar opleiding, leeftijd of regio. Vrouwen (47%) vinden deze dag iets vaker belangrijk dan mannen (41%). Jongeren kennen de dag ook vaker en zien er meer het nut van in.

Een derde van de Nederlanders (33%) ziet het nut van Coming-Outdag niet in, bij LHBTI+’ers is dat een kwart (25%). Van alle Nederlanders heeft slechts 13% een ongemakkelijk gevoel bij het evenement.

We zien in deze cijfers dat acceptatie van LHBTI+’ers niet meer iets is van de grote steden alleen, het belang van Coming-Outdag wordt breed gedragen. En het is slechts een vrij kleine groep die zo’n dag niet belangrijk vindt.  

 

LHBTI+’ers meest open bij vrienden, minst op vereniging

Onder LHBTI+’ers is men het meest open bij goede vrienden (54% bijna altijd) en bij naaste familie zoals ouders, broers en zussen (46% bijna altijd). Op het werk zegt 39% van de LHBTI+’ers in principe tegenover iedereen open te zijn over hun seksuele- of genderidentiteit, en is 35% dat soms maar niet tegenover iedereen. In hun naaste omgeving zijn LHBTI+’ers iets minder open: 30% is bijna altijd open bij buren en mensen in de straat of buurt, 23% is dat soms. Met name op (sport)verenigingen komen LHBTI+’ers niet snel uit de kast: 28% is hier altijd open, 20% is dat soms.

Lex van Meurs: “Als LHBTI’er sta je iedere keer voor de keuze wanneer, waar en tegenover wie je je eigen seksuele voorkeur en/of genderkeuze uit. Door de toenemende tolerantie is dat gelukkig steeds makkelijker, zelf merk ik dat zeker ook. Dit onderzoek onderstreept de toegenomen zichtbaarheid in het hele land en in alle lagen van de bevolking: dat is iets om te vieren. Maar uit de kast komen is zeker niet voor iedereen altijd even makkelijk. Dat het belang van Coming-Outdag zo breed gedragen wordt is een steun in de rug voor wie uit de kast komen ook nu nog lastig is. ”

André Kamphuis: “Het is natuurlijk logisch dat je meer open bent tegen mensen die dichtbij je staan dan naar kennissen. Hoewel het voor sommige LHBTI+’ers juist moeilijk is om open te zijn naar hun familie, dat zie je ook in de cijfers. Maar waarom zou je bijvoorbeeld op je sportclub niet open zijn over met wie je een relatie hebt? Daar is nog wel iets te doen. Andersom zie je ook dat mensen in hun straat of buurt maar weinig mensen kennen die LHBTI+ zijn”.

 

Over het onderzoek

Voor dit online onderzoek is gebruikgemaakt van het StemPunt-panel van Motivaction met meer dan 70.000 leden. De vragenlijst is beantwoord door 967 respondenten in de leeftijd van 16 tot 70 jaar. Het onderzoek is representatief gewogen op de kenmerken geslacht, leeftijd, opleiding, regio en Mentality. Het veldwerk werd uitgevoerd in de periode van 14 tot 19 september 2020.

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Lex Meurs of André Kamphuis.

Facebook Twitter LinkedIn