Bijna 9 miljoen Nederlanders geloven in wonderen

Een onverklaarbare genezing, wonderbaarlijke redding of zelfs een engel zien: de wonderen lijken Nederland nog lang niet uit. 63 procent van de Nederlandse bevolking tussen de 16 en 90 jaar gelooft in meerdere of mindere mate in wonderen, blijkt uit onderzoek van Motivaction in opdracht van KRO-NCRV en Museum Catharijneconvent. Dit resultaat is op zijn minst opmerkelijk, gezien het merendeel van de Nederlanders niet meer gelovig is en zichzelf nuchter noemt. Ook opmerkelijk: een op de drie Nederlanders gelooft in beschermengelen.

Ruim 2000 mensen hebben deelgenomen aan het onderzoek, waaronder katholieken, moslims en niet-gelovigen. Zij vormen een representatieve dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving. Een bijzondere uitkomst is dat katholieken het minst in wonderen geloven van alle religieuze Nederlanders.

Maar wonderen hebben voor de meeste Nederlanders geen religieuze betekenis meer. Slechts 6 procent associeert een wonder direct met religie. Het overgrote deel van de mensen typeert het als iets dat wetenschappelijk niet verklaarbaar is.

Ruim een op de vijf Nederlanders heeft zelf een wonder of wonderbaarlijke ervaring meegemaakt. Dit komt neer op circa 3,1 miljoen Nederlanders. Honderden hebben hun wonder gedeeld tijdens het onderzoek. ‘Op mijn meest zwarte dag tijdens mijn gevecht tegen kanker, werd de verloren trouwring van mijn overleden vader door een automonteur in zijn voormalige auto teruggevonden en werden wij daar over gebeld door de garage. Heb opnieuw mijn schouders er onder gezet.’ Aldus een van de respondenten.

Onverklaarbare genezingen of wonderbaarlijke reddingen zijn veel genoemde wonderen. Mensen in een risicovol beroep, waaronder artsen, politiemensen en andere hulpverleners lijken dan ook vaker in wonderen te geloven. Katholieken geloven het vaakst dat een overledene soms bij hen is. Een van de respondenten schrijft: ‘Iemand waar ik bevriend mee ben heeft als profielfoto op sociale media een roodborstje. Deze persoon is overleden. Op het moment dat ik het er moeilijk mee had landde er een roodborstje op mijn schutting. Ik heb een kat dus normaal wagen de vogels zich niet in mijn tuin.’

Mannen maken net zo vaak een wonder mee als vrouwen, en ook woonplaats lijkt geen verschil te maken. Nederlanders die wonderen ervaren zijn gemiddeld wel wat ouder, maar daar staat tegenover dat jongeren vaker op een wonder hopen. Mensen met kinderen hebben iets vaker een wonder meegemaakt dan kinderlozen.

Het lot bestaat, denkt 62 procent van de Nederlanders. Onder moslims ligt dit percentage nog hoger, 87 procent gelooft dat zijn of haar lotsbestemming vastligt. Verder is 43 procent van de Nederlanders helemaal of een beetje bijgelovig, en heeft ongeveer twee op de vijf Nederlanders wel eens iets gedaan om de kans op een wonder te vergroten, zoals een schietgebedje.

Bijna driekwart van de Nederlanders die iets wonderbaarlijks heeft meegemaakt geeft aan dat dit invloed heeft op het leven. Zo zegt 39 procent dat ze positiever in het leven staan en is 36 procent minder bang.

Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek naar wonderen.

Bron: KRO-NCRV, 21.02.2020

Facebook Twitter LinkedIn