Erratum bij onderzoeksrapport over opinies over tijdsystemen

Op 19 december 2018 werd het rapport van Motivaction ‘Opinies over tijdsystemen. Onderzoek onder het algemeen Nederlands publiek en organisaties’ gepubliceerd. Dit onderzoek hebben wij uitgevoerd voor het Ministerie van BZK. 

In de vragenlijst die in dit onderzoek werd voorgelegd aan een steekproef van Nederlanders werd voor verschillende opties voor tijdsystemen - huidige systeem, altijd zomertijd, altijd standaardtijd (“wintertijd”) - vermeld hoe laat de zon opkomt en ondergaat op de kortste en langste dag van het jaar. Bij een van deze opties – altijd zomertijd – stond een verkeerd tijdstip vermeld van ondergang van de zon in de zomer. 

Respondenten kregen de volgende vraag voorgelegd:

Het invoeren van altijd zomertijd:

In de zomer verandert er niets ten opzichte van het huidige tijdsysteem: eind juni komt de zon op om 5.20 uur en gaat ze om 20.00 uur onder.

In de winter verandert er wel iets ten opzichte van het huidige tijdsysteem: eind december komt de zon op om 9.45 uur (i.p.v. om 8.45 uur) en gaat ze om 17.30 uur (i.p.v. om 16.30 uur) onder. 

Kun je opnieuw aangeven in hoeverre je positief of negatief bent over deze mogelijkheid: het invoeren van altijd zomertijd?

-         Zeer negatief
-         Negatief
-         Niet positief, niet negatief
-         Positief
-         Zeer positief
-         Weet niet/geen mening

Waar 20.00 uur staat had 22.00 uur moeten staan. Bij de beschrijving van de andere systemen stonden de tijdstippen wel correct vermeld.

Wij betreuren het dat in de toelichting bij de optie ‘altijd zomertijd’ een fout is geslopen. Hiervoor hebben wij het ministerie onze excuses aangeboden. Wij hebben inmiddels achterhaald dat dit is gebeurd door een redactionele fout.

Verder hebben wij naar aanleiding hiervan uitgezocht of deze fout invloed kan hebben gehad op de resultaten. In het onderzoek hebben wij op verschillende manieren uitgevraagd wat de voorkeur is onder het Nederlandse publiek. Uit de beantwoording blijkt dat er telkens een lichte voorkeur is voor de ‘standaard tijd’. Verder blijkt in dit onderzoek dat de invloed van extra informatie op de mening over de drie opties erg klein is. Bij alle drie de manieren waarop we de mening per optie uitvragen, blijft het draagvlak voor de ‘standaardtijd’ ongeveer gelijk, ongeacht de informatie die we bij de opties geven.

Wij hebben dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat dit gevolgen zal hebben voor de conclusies van het rapport. Daarbij speelt ook mee dat wij gedurende het veldwerk onder ruim 1.800 respondenten geen opmerkingen van respondenten hierover hebben gekregen. Wij denken dat er massaal overheen is gelezen.

 

Namens directie en onderzoekers Motivaction International B.V.,
 

Pieter Paul Verheggen

Algemeen directeur

 

Datum: 19.12.2018

Facebook Twitter LinkedIn