Een hete zomer zet Nederlanders aan het denken. Maar ook aan het doen?
De zomer van 2026 was de warmste ooit gemeten in Nederland. En dat bleef niet zonder gevolgen. Van lichamelijke klachten en verdorde tuinen tot huizen die nauwelijks meer afkoelden. Nieuw onderzoek van Motivaction in opdracht van Kenniscentrum Duurzaam Leven (voorheen Milieu Centraal) laat zien dat deze persoonlijke ervaringen samenhangen met een grotere bereidheid om klimaatvriendelijker te leven. Maar tussen willen en doen zit nog een belangrijke drempel.
Klimaatverandering komt steeds dichterbij
Klimaatverandering is voor veel Nederlanders niet langer iets van smeltende ijskappen of verre toekomstscenario's. te maken met minstens één van de voorgelegde gevolgen van hitte. Bijna één op de vijf voelde zich door de hitte opgesloten in huis. Ook moest bijna evenveel mensen afspraken en activiteiten afzeggen. Anderen zagen hun tuin verdorren of kregen te maken met lichamelijke klachten.
Dat heeft invloed op hoe mensen naar klimaatverandering kijken. Van de Nederlanders die hinder ondervonden van de hitte, voelt maar liefst 92% zich in meer of mindere mate ongerust, onveilig of machteloos over de gevolgen van klimaatverandering in Nederland. En die persoonlijke ervaringen lijken ook iets anders los te maken: de motivatie om zelf in actie te komen.
Wie de hitte voelt, wil vaker iets veranderen
Van de Nederlanders die afgelopen zomer hinder ondervonden van de hitte, is 46% bereid meer te doen om klimaatvriendelijker te leven. Onder mensen die geen hinder ervoeren, is dat 27%. Ook geloven mensen met negatieve hitte-ervaringen vaker dat gezamenlijke inspanningen daadwerkelijk verschil kunnen maken: 67% tegenover 49%.
Dat is een interessant gedragsinzicht. Waar klimaatverandering voorheen misschien vooral een abstract probleem was, maken persoonlijke ervaringen de gevolgen tastbaar. En wat dichtbij komt, kan ook de motivatie vergroten om er iets aan te doen.
Het onderzoek laat zien dat de ervaren hitte voor sommige Nederlanders ook daadwerkelijk aanleiding is om klimaatvriendelijker te willen leven. Tegelijkertijd kunnen we niet uit alle onderzoeksresultaten concluderen dat de hitte rechtstreeks tot een grotere bereidheid leidt.
Wel willen, maar waar begin je?
Meer motivatie betekent nog niet automatisch meer actie: een derde van de Nederlanders mist bij informatie over klimaatverandering een concrete eerste stap die ze zelf kunnen zetten. Onder mensen die hinder ondervonden van de hitte loopt dit op tot 41%.
De bereidheid is er dus vaak wel, maar de vertaalslag naar het dagelijks leven blijkt lastig. Wat kan ik zelf doen? Welke keuzes hebben daadwerkelijk effect? En hoe zorg ik ervoor dat duurzamer leven ook betaalbaar en haalbaar blijft? Vooral laagdrempelige maatregelen spreken aan, zoals minder energie verbruiken, kapotte apparaten repareren en minder nieuwe spullen kopen.
Niet alleen de consument is aan zet
Nederlanders kijken voor klimaatactie overigens niet alleen naar zichzelf. Ze vinden dat vooral bedrijven (70%) en de overheid (66%) een grote verantwoordelijkheid dragen bij het tegengaan van klimaatverandering. De helft (50%) ziet hierin een grote verantwoordelijkheid voor burgers.
Dat maakt duidelijk dat de bereidheid tot gedragsverandering niet losstaat van de omgeving waarin mensen keuzes maken. Betaalbare alternatieven, toegankelijke informatie en praktische ondersteuning kunnen helpen om goede voornemens om te zetten in daadwerkelijk gedrag.
Over het onderzoek
Motivaction voerde het onderzoek uit in opdracht van Kenniscentrum Duurzaam Leven, de nieuwe naam van Milieu Centraal. Via een online vragenlijst werden 1.569 Nederlanders van 18 tot en met 85 jaar ondervraagd tussen 7 en 12 september 2026. De resultaten zijn na weging representatief voor deze leeftijdsgroep in Nederland.
Meer weten over het onderzoek? Onze collega’s staan je graag te woord.


11% van Nederlanders ervaart partnergeweld tijdens coronacrisis














