De kunstgalerie verjongt

Onderzoek

Er komen steeds meer jonge galeriehouders: zo’n 10 procent van de galeries bestaat korter dan twee jaar, drie jaar geleden was dat nog maar 3 procent. Dat staat in twee onderzoeken die deze week naar buiten zijn gebracht door de Nederlandse Galerie Associatie, de brancheorganisatie van het galeriewezen. Eén onder galeriehouders (aanbodzijde) en één onder kunstkopers (vraagzijde). Laatstgenoemd onderzoek is uitgevoerd door Motivaction onder 307 Nederlanders die in de afgelopen drie jaar een hedendaags beeldende kunstwerk hebben gekocht. Het gaat om onderzoeken naar de stand van de galeries en naar eventueel veranderd gedrag van kunstkopers. 

 

Nederland telt ruim vierhonderd galeries voor hedendaagse kunst, waar zo’n duizend mensen betaald werk verrichten (één op de drie galeries is een eenpersoonszaak). Tweederde van die galeries is gevestigd in de vier grote steden. Gemiddeld vertegenwoordigen galeries twintig kunstenaars, als ze werk van hun kunstenaars verkopen ontvangen ze ongeveer de helft van de opbrengst.

 

Zelf noemt de Nederlandse Galerie Associatie het opvallend dat „het tonen en kopen van kunst een fysieke activiteit blijft”. Kunst wordt steeds vaker online aangeboden: via online platforms, maar bijvoorbeeld ook doordat bij de helft van de galeries kopers zich via de website kunnen oriënteren op het totale aanbod (drie jaar geleden was dit nog geen 30 procent).

 

Toch vindt het eigenlijke kopen nog altijd meestal plaats in de galerie: „Mensen willen een kunstwerk zien en aanraken, contact hebben met de kunstenaar, de verkoper, andere verzamelaars.” Ook speelt een rol dat kunstkopers galeries zien als „een keurmerk voor kwalitatief hoogstaande kunst”.

 

Er is wel een verschuiving gaande. Kunstkopers in de leeftijd van twintig tot veertig jaar oriënteren zich vaker online. Zij kopen ook het vaakst via een online verkoopkanaal, 40 procent in deze leeftijdcategorie doet dat. Tegelijk zijn jonge kunstkopers „vaker bereid te reizen voor een kunstwerk dat ze eerst op de website van een galerie hebben gezien”, aldus het onderzoek.

 

Met name de jongere galeries spelen hierop in. Zij combineren een klassieke galerie met een kunstbeursgalerie en/of een online galerie. Of ze organiseren pop-upgaleries, „een laagdrempelige optie om jonge kunstgeïnteresseerden in contact te brengen met galeries”. Jongere galeries exposeren ook vaker dan de oudere fotografie en audiovisuele, digitale en mediakunst.

 

Online of offline

Tegelijkertijd wordt in een klassieke galerie aanzienlijk meer geld uitgegeven dan bij online kunstaankopen. De meeste kunstkopers besteden in een galerie tussen de 1.000 en 3.000 euro, terwijl online vooral kunst tot 500 euro wordt gekocht. Overigens is de gemiddelde kunstkoper nog altijd een hoogopgeleide man of vrouw van tussen de vijftig en de zeventig jaar oud, die woont in het westen van het land.

 

Een andere verschuiving betreft het kopen op kunstbeurzen: dat neemt al jaren toe (kunstbeurzen staan als verkoopplek van kunst op plaats drie, op één staan galeries en op twee ateliers van kunstenaars). Doordat kunstkopers het werk fysiek willen ervaren, ondervinden galeries dan ook niet zozeer concurrentie van online verkoopkanalen, maar des te meer van de oprukkende beurzen.

 

Een beurs wordt door veel mensen bovendien als toegankelijker gezien dan een galerie. Zoals in het onderzoek staat: „Galeries worden ervaren als hoogdrempelig en commercieel of duur en niet altijd als klantgericht.” Iets wat naar analogie van het uiterlijk van veel galeries wel „de angst voor de white cube” wordt genoemd.

 

Zo’n 80 procent van de galeries neemt deel aan beurzen, gemiddeld twee keer per jaar. Maar galeries zien die deelname tegelijk als een financieel risico: of de verkoop de kosten dekt is onzeker. Een kwart van de galeries staat op Art Rotterdam en/of de Kunst RAI, ruim eenderde is ook te vinden op buitenlandse beurzen.

 

En dan de gemiddelde omzet. Die is de afgelopen jaren met 9 procent gedaald, van 282.000 euro in 2013 naar 257.000 in 2016. Die daling hangt waarschijnlijk samen met het groeiend aantal jonge, goedkopere galeries.

 

Meer weten? 

Download het volledige rapport

 

Bron: NRC, 27.09.2017
 

Facebook Twitter LinkedIn