Wel of niet een corona-app?

Om de verspreiding het coronavirus af te kunnen remmen, werd wereldwijd al vroeg gesproken over de mogelijkheid van een app. Onderzoeksbureau Motivaction en het Centrum voor BOLD Cities onderzochten de -fluctuerende- bezorgdheid van burgers, hun verwachtingen en hun eventuele bereidheid om zo’n app te installeren.

 Al snel nadat het eerste nieuws over een nieuwe corona-uitbarsting in China ons bereikte, volgden ook de berichten over digitale middelen die het land en zijn buren inzetten om de verspreiding van het virus onder controle te krijgen. Uit Taiwan, Singapore en Hongkong kwamen verhalen over verschillende manieren van opsporing en bewaking van patiënten via hun mobiele telefoon.

Door de ervaringen met het SARS-virus gingen deze autoriteiten ervanuit dat testen, traceren en isoleren de meest effectieve aanpak biedt. Obama zei zoiets in 2014 ook al, en diverse Nederlandse deskundigen stellen eveneens dat die drietrapsraket de meest effectieve aanpak biedt.

 

Dagelijks gezondheidsgegevens doorgeven

Omdat we in Nederland nog niet genoeg testfaciliteiten hebben, blijven traceren en isoleren over. Met dat traceren leek het aanvankelijk goed te gaan. Het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) lanceerde op 16 maart een app waarmee mensen zelf dagelijks hun gezondheidsgegevens konden doorgeven aan het ziekenhuis. Afhankelijk van je score geeft het OLVG-team elke dag opnieuw digitaal advies wat te doen.

Een maand later werd de app landelijk uitgerold en inmiddels wordt ze door meer dan 100.000 mensen gebruikt. Naar verluidt weten al meer dan 4500 mensen via de app dat ze het virus waarschijnlijk hebben opgelopen.[1]

 

Bezorgdheid van burgers gepeild

In een gezamenlijk onderzoek hebben onderzoeksbureau Motivaction en het Leiden-Delft-Erasmus Centrum voor BOLD Cities gemeten wat de bezorgdheid van burgers rond het gebruik van zo’n app inhoudt en hoe groot de bereidheid is om zo’n app al dan niet te installeren.

Onze eerste peiling op 18 maart liet eveneens zien dat ruim 40% van de Nederlanders het ermee eens zou zijn als de overheid iedereen via mobiele telefoon zou laten weten of ze met besmette mensen in contact zijn geweest, en bovendien de locaties van besmette mensen per mobieltje zou controleren.

Drie dagen na de aankondiging van minister De Jonge dat de overheid zo’n soort app wilde ontwikkelen, op 10 april, was dat percentage gestegen naar ruim 45%. Slechts 17% antwoordde stellig iets dergelijks niet te willen.

 

Kritiek op appathon

Maar de appathon was niet het succes wat ervan verwacht werd en kreeg veel kritiek. Onze meting twee dagen later, op 22 april, liet meteen zien dat de steun naar onder de 30 % gezakt was. Het aantal mensen dat zich zorgen maakte over hun privacy was omhooggegaan en het aantal mensen dat vertrouwen had in de manier waarop de overheid met hun data omgaat, afgenomen.

De verleiding is groot om te zeggen dat minister De Jonge en zijn teams dit behoorlijk verknoeid hebben: er was te veel haast, er waren geen ervaren app-bouwers bij betrokken en het was onduidelijk aan welke criteria de app moest voldoen.

 

Goed voor volksgezondheid en economie

Toch laat minister De Jonge zijn wens voor een app niet varen, en het zou ook goed zijn voor de volksgezondheid en de economie als we de trits van testen, traceren en isoleren op een verantwoorde manier zouden kunnen inzetten: voor nu en voor alle toekomstige virussen die we nog kunnen verwachten. In dat geval moeten we, los van betere en veiliger techniek, preciezer weten met welke collectieve meningen en gevoelens de ontwikkeling van zo’n app te maken heeft, en of die voor verschillende bevolkingsgroepen hetzelfde zijn.

Als we wat dieper op de resultaten van de opeenvolgende metingen ingaan, zien we een aantal patronen. Zo blijkt de bereidheid om een app te installeren het laagst bij mensen met een lagere opleiding. Daarnaast horen we in de kwalitatieve aanvullingen op onze peilingen verschillende tegenargumenten. Privacy issues voeren daarin logischerwijs de boventoon, maar er leeft ook een aanzienlijke twijfel aan de effectiviteit van een traceer-app. De app biedt volgens een deel van bevolking schijnveiligheid en een deel gelooft niet dat er genoeg mensen mee gaan doen om de app te laten werken. Ten slotte wordt het argument genoemd dat een app overbodig is zolang iedereen zich maar aan de gedragsregels houdt.

 

Variëteit aan tegenstanders

Zo lijkt ieder deel van de Nederlandse bevolking haar eigen redenen te hebben om tegen een app te zijn. Er is een groep Nederlanders die sowieso wantrouwig is ten opzichte van de overheid. Daarnaast is er een groep die wel gelooft in de oprechte intenties van de overheid maar die zeer gehecht is aan zijn vrijheid en er niet op zit te wachten om zijn privacy op te geven. Ten slotte is er een groep die moeite heeft met technologie en vanuit angst voor innovaties tegen een dergelijke app is. Door het mislukken van de appathon is de voedingsbodem voor dergelijke scepsis, achterdocht en angst gevoed.

 

Apps en Google staan al klaar

Hoe nu verder? Apple en Google staan klaar om alle telefoons met hun besturingssystemen in september automatisch te updaten met contact-tracing-software die overheden kunnen inzetten in geval van een virus-uitbraak.[2] Gezien het gemak waarmee apple en android-gebruikers zonder een seconde over hun privacy na te denken andere smart gezondheidsapps gebruiken, is het zomaar denkbaar dat op deze manier eenvoudig de noodzakelijke publieksdekking gerealiseerd wordt.

Daar komt bij dat we in onze monitor een verschuiving in prioriteiten zien: lag die voor veel Nederlanders in maart nog vooral bij het bewaken van de gezondheid, een maand later is dat sterk opgeschoven naar het opstarten van de economie en het faciliteren van sociale bewegingsvrijheid. We zien dat ook terug in het alledaags gedrag van de mensen en in het gegeven dat alles wat die bewegingsvrijheid toelaat op steun kan rekenen.

 

Duivelse keuze

Pragmatisch gezien zou je de minister adviseren om bij Google en Apple aan te sluiten, maar principieel moet je waarschuwen tegen de dataslurpende tech-giganten. Het plaatst ons als samenleving wel voor een duivelse keuze: laten we onze gegevens achter bij de platformkapitalisten die er snel en efficiënt iets van kunnen maken, maar waar we geen controle meer over hebben, of kiezen we voor onze eigen, democratisch gestuurde, maar stuntelige overheid?

We zullen die vraag, vanzelfsprekend in neutraler bewoordingen, in onze eerstvolgende peiling meenemen. Die antwoorden, zo kunnen we nu al voorspellen, zullen niet eenduidig een simpele keuze voorschrijven. Maar ze geven de politici en bewindslieden die namens ons hierover in democratisch proces moeten besluiten, wel een gedetailleerd idee over de groepen die ze met hun keuze tevredenstellen dan wel afstoten.

 

Bron: socialevraagstukken.nl

Facebook Twitter LinkedIn