Wat zit er achter de Amsterdamse afvalproblematiek
Waarom doen mensen wat ze doen en welke knoppen kun je (bewust én onbewust) raken om gedrag te beïnvloeden? In deze blogserie nemen we je mee in het Motivaction-gedragsbeïnvloedingsmodel in de praktijk. Het model verbindt beïnvloedingsfactoren met onderliggende waarden en onbewuste processen.
Elke maand zoomen we in op één onderdeel, steeds aan de hand van een onderzoek dat we onlangs uitvoerden. In de vorige editie keken we al naar houding bij stemgedrag. In deze editie nemen we weerstand onder de loep.

Maak eens een rondje door Amsterdam, dan zie je het overal: afval op straat. Van lege blikjes bij bushaltes tot hele huisraden op de hoek van de straat. Wij doken in opdracht van de gemeente Amsterdam in de afvalproblematiek in zes buurten waar veel afvaloverlast heerst. Er komen een aantal ‘gedragsknoppen’ naar voren, maar één is het sterkst: weerstand. Maar wat is weerstand en waar komt het vandaan?
Hakken in het zand
Weerstand bestaat in meerdere vormen, waaronder reactance. Dit is de weerstand die je voelt als gedrag opgedrongen of opgelegd wordt. Oftewel, met je hakken in het zand gaan. Deze vorm zien we sterk terug in de afvalproblematiek. Bewoners hebben het gevoel dat hen iets opgelegd wordt. Daardoor denken ze “ik maak zelf wel uit wat ik met mijn afval doe”. Ze willen zelf bepalen waar zij hun afval laten, of wanneer zij hun grof vuil aan de straat zetten. Dit maakt het voor welwillende bewoners ook lastig om anderen aan te spreken op het ongewenste gedrag. De standaard reactie is “dat bepaal ik zelf wel”.
De andere vormen van weerstand die hier van invloed zijn op het achterlaten van afval op straat, zijn aversie, inertia en scepsis. Deze drie vormen blijken in de context van het onderzoek naar de afvalproblematiek in Amsterdam veel overlap te hebben, maar voor deze blog trekken we ze uit elkaar.
Je smerige vuilniszak weer mee terug nemen? Nee, bedankt.
Aversie is de afkeer tegen het gedrag of de context waarin het voorkomt. In dit geval: afval is smerig. En niet alleen het afval is smerig, maar ook de afvalcontainers en prullenbakken. Dit weerhoudt bewoners ervan om hun afval correct weg te gooien. Ze willen van hun afval af, maar kunnen dit niet altijd goed kwijt. Dan gooien veel bewoners het toch maar naast de container of prullenbak.
Goed gedrag kost moeite
Dan inertia: de neiging om te blijven doen wat je al doet. In beweging komen kost energie, ook in gedrag. Voor sommige bewoners is het simpelweg te veel moeite om afval bij zich te houden tot ze een prullenbak tegenkomen. Zeker in een buurt waar die schaars zijn, zoals een bewoner zegt:
“Prullenbakken in de buurt hier zijn nog zeldzamer dan goudstukken.”
‘Het heeft toch geen zin’
En tenslotte scepsis. Scepsis houdt in dat bewoners twijfelen aan het nut van hun goede gedrag. Sommige bewoners wijzen naar anderen, de gemeente is volgens hen óók verantwoordelijk. De gemeente moet ervoor zorgen dat de voorzieningen op orde zijn. Het heeft immers geen zin om je afval netjes weg te gooien als de prullenbakken en afvalcontainers niet op tijd worden geleegd. Niet alleen de gemeente moet haar best doen, maar ook andere buurtbewoners. Als anderen hun afval op straat blijven gooien raken bewoners ontmoedigd:
“Dat is waar je eigenlijk zo moedeloos van wordt. Het feit dat je het dan opgeruimd hebt voor iemand die het eigenlijk geen ene moer uitmaakt.”
Willen ze het dan wel?
Hoewel er veel afval op straat wordt gegooid, zien we ook dat bewoners wel veel waarde hechten aan een schone omgeving. De intentie is er om de buurt schoon en netjes te houden, maar bewoners worden door verschillende redenen te veel ontmoedigd. Ze worden bijvoorbeeld ontmoedigd doordat hun inspanningen nauwelijks zichtbaar resultaat opleveren.
Hoe zorgen we ervoor dat bewoners hun afval wel weggooien?
Het Motivaction-gedragsbeïnvloedingsmodel laat zien dat weerstand kan zorgen voor een intention-behavior gap. De intentie om het gewenste gedrag te vertonen wordt niet omgezet in daadwerkelijk gedrag. Dat blijkt hier ook het geval. Bewoners willen hun buurt schoonhouden, maar verschillende vormen van weerstand zorgen ervoor dat het gewenste gedrag uitblijft. Om deze kloof te overbruggen moet die weerstand weggenomen worden. Zo is het belangrijk om te zorgen voor schone en goed onderhouden afvalcontainers om scepsis en aversie weg te nemen. Daarnaast kan reactance weggenomen worden door de samenwerking op te zoeken. Bijvoorbeeld door opruimacties te organiseren vanuit de gemeente samen met buurtbewoners. Zo hebben bewoners het gevoel dat ze uit zichzelf bijdragen aan een schone buurt, in plaats van dat hen iets wordt opgelegd.
In deze blog hebben we één aspect uitgelicht dat een belangrijke rol speelt in de afvalproblematiek. Het onderliggende onderzoek gaat breder en laat zien dat er meerdere factoren van invloed zijn op het achterlaten van afval op straat. Wie meer wil weten over het volledige onderzoek, de andere gedragsbepalers die zijn meegenomen of de concrete inzichten daaruit, kan contact opnemen met Daniëlle van Velzen of Lieke Bos.